Bisschop Godebald van Utrecht (1114 – 1127) was belangrijk voor het Sticht en de stad Utrecht maar zeker ook voor het gebied dat later De Bilt zou worden. Hij gaf zijn volledige steun aan de abdij van Oostbroek, die de vernieuwende regel van Cluny had omarmd. Hij zou ook in dat klooster zijn laatste levensjaar slijten en sterven. Afgebeeld is het twintigste-eeuwse monument voor bisschop Godebald op het landgoed Oostbroek, gemaakt naar het voorbeeld van een afbeelding van zijn zegel door Diderik van Atteveld (Foto DAB).

 

Meer informatie

Wat de stad Utrecht betreft: Godebald werd in 1122 gedwongen om Utrecht enkele belangrijke rechten te geven zoals vrijstelling van tol en het recht om een muur te bouwen. Die rechten werden later wel het Utrechtse stadsrecht genoemd.
Door het toenemen van de bevolking in de tiende eeuw was men al eerder begonnen met ontginnen. De bisschop en zijn medestanders, de ministerialen en de kapittels, hechtten grote waarde aan het ontginnen van nieuwe grond. Nadat grond aan de Vecht was drooggelegd, wilden zij nu het veengebied langs de Kromme Rijn aanpakken. Dat werd echter telkens weer overstroomd door de rivier.
Godebald nam het initiatief voor het aanleggen van een dam bij Wijk bij Duurstede, met als gevolg dat de Kromme Rijn minder water kreeg. Daardoor zou de rivier minder vaak overstromen en zou het water in de moerassige gebieden aanmerkelijk lager komen te liggen. Van deze impuls voor de ontginningen kon juist het klooster van Oostbroek profiteren.
In een oorkonde uit 1125 bevestigde of herhaalde Godebald de schenking aan het Sint Laurens klooster in Oostbroek van het omringende veengebied, een schenking die keizerin Mathilde eerder in 1122 had gedaan. Dat betekende dat de abdij op grotere schaal kon doorgaan met ontginnen. De bisschop droeg het klooster duidelijk een goed hart toe. Godebald regelde ook de benoeming van de abt. Datzelfde klooster Oostbroek zou later van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van De Bilt.
In het laatste jaar van zijn leven trok Godebald zich terug in Oostbroek. Hij is daar in 1127 gestorven en hij is er ook begraven, maar het is onbekend op welke plek.
DAB