In de kerk van Westbroek ligt de stenen gestalte van Boudewijn van Sterkenburg. De tombe is gemaakt door steenhouwers uit het Belgische Doornik: een voorbeeld van zuidelijk vakmanschap in de polder. (Foto DAB)

 

Meer informatie

Boudewijn van Sterkenburg was wijbisschop (hulpbisschop) en vervanger van de bisschop van Utrecht, de bekende Jan van Arkel. Hij kwam uit een adellijk Utrechts geslacht en was monnik geweest in het beroemde cisterciënzer klooster Klaarkamp in het noorden van Nederland. Sinds 1345 droeg hij de titel bisschop van Tripolis. Van Sterkenburg werd in 1366 in de St. Servaes Abdij in Utrecht begraven, in  de tombe waarvan hierboven een fragment te zien is. Tijdens de beeldenstorm werd deze kerk gespaard. In 1586 hielden de soldaten van Adolf van Neuenahr, graaf van Meurs en stadhouder van Utrecht, huis in de kerk. Van Neuenahr was een van de trouwste aanhangers van Willem van Oranje. Het beeld van Boudewijn van Sterkenburg werd door de stadhouderlijke troepen zwaar beschadigd.  Het lijkt erop dat de tombe, die in 1615 nog in de Servaasabdij stond, tussen 1615 en 1727 is overgebracht naar Westbroek.

Volgens een handschrift van M.L. van Hangest d ’ Yvoy (1753-1831) was op de tombe in  Westbroek aan het eind van de achttiende eeuw nog het volgende opschrift te lezen geweest:  Op 23 maart 1366 stierf heer Baldewinus van Sterkenborch…….bisschop.

Een praktisch gelijkluidend opschrift was door Aernout van Buchel in de  Servaasabdij gezien. Van Buchel noteerde:  Op 23 maart 1366 stierf Balduinus van Sterkenborch, koorbisschop van West-Friesland. (Een koorbisschop was een bisschop die min of meer onafhankelijk van de eigenlijke bisschop aan het hoofd stond van  de kerken van het bisdom op het platteland.)

Portret van Adolf van Neuenahr, graaf van Limburg en Meurs door Jan Punt, 1752 (Rijksmuseum).

Literatuur:

Philip Holt, Schiere monniken en grijze vrouwen. Cisterciënzers in Nederland 1165-1797 (Eindhoven 2015) 182

AD