De landelijke pers schreef op 12 januari 1935 over de brand in Hotel Centraal. Het hotel lag in Bilthoven op de hoek van de Nachtegaallaan en de Soestdijkseweg, op de plek waar nu het modehuis P. Doek is gevestigd. De brand was aangestoken door de eigenaar de heer C. Eshuis. De rechtbank achtte brandstichting bewezen en veroordeelde de dader tot een half jaar gevangenisstraf zonder aftrek van voorarrest. (Foto De Amsterdammer 12 – 01 – 1935.)

 

Meer informatie

De villa waarin het hotel was gevestigd, werd gebouwd in 1903-1904 en heette aanvankelijk Roode en Hoek. In de volgende bouwaanvraag was de naam veranderd in Roodehoeve. De aanvrager van de bouwvergunning was H. C. van Benthem. Het pand werd in dezelfde stijl gebouwd als de huizen met even nummers aan de Soestdijkseweg tussen de Nachtegaallaan en de Boslaan en de huizen met even nummers aan de Nachtegaallaan. Aan het oorspronkelijke woonhuis werd later een serre gebouwd en nog later volgde de garage. In 1925 doopte de eigenaar het woonhuis om tot hotel Regina. Later in de jaren ‘dertig werd de naam Regina veranderd in Hotel Centraal. Toen de brand in januari 1935 uitbrak was de eigenaar, uitbater en bewoner C. Eshuis, makelaar en directeur van een woningbureau in Bilthoven.

Een wandelaar op de Soestdijkseweg constateerde ’s middags tegen 16.00 uur brand in de serre van het hotel. Hij waarschuwde onmiddellijk de politie, die de sirene liet afgaan, zodat alle leden van de vrijwillige brandweer naar de kazerne bij het station konden komen. De afstand tot de brand was klein en weldra leek het vuur geblust.

Net toen men het sein brand meester wilde geven, hoorden de brandweermannen vreemde knallen uit het gebouw en bleken er ook op de eerste en tweede verdieping brandhaarden te zijn. De brandweercommandant vertrouwde het niet en ging samen met de politie op onderzoek uit. In de bar trof hij een biervat gevuld met benzine en een brandende kaars. Op de eerste verdieping was in een van de slaapkamers het bed overgoten met benzine en lag er een brandend elektrisch kacheltje in het naar brandstof stinkende bed. Op de tweede verdieping trof men een geopende jerrycan met benzine aan en ook hier was in de slaapkamer het beddengoed vochtig en brandde er een straalkacheltje.

De politie vond het allemaal verdacht en arresteerde de eigenaar. Hij werd overgebracht naar het hoofdbureau van politie in de Bilt, waar hij later bekende.

Hoewel werd gezegd dat van Eshuis financieel in zwaar weer verkeerde, meende de officier van justitie tijdens de rechtszaak dat hiervan geen sprake was. Hij had meer het idee dat de eigenaar van het pand af wilde. Hij was er bij een transactie mee blijven zitten en had toen zelf de exploitatie ter hand genomen. Dat had weinig succes en nu was zijn vrouw ook nog ziek geworden. De officier meldde dat het huis voor 30.000 gulden tegen brand verzekerd was en de inboedel voor 25.000 gulden. De garage was apart verzekerd voor 5.000 gulden. De hypotheek, afgesloten bij Vlaer en Kol, een regionale bank met een kantoor aan de Julianalaan nu onderdeel van ABNAMRO, bedroeg 27.000 gulden.

Vanwege het gevaar dat de eigenaar met zijn daad voor de omliggende panden had veroorzaakt, eiste de officier een gevangenisstraf van 1 jaar en vier maanden. De rechter achtte 6 maanden voldoende.

Het pand had waterschade opgelopen en werd in 1937 aan de heer G. Doek verkocht en afgebroken. In de plaats ervan kwamen volgens de bouwaanvraag twee winkelhuizen met bovenverdieping. Deze winkelpanden staan er nu nog.

EvdV

 

Literatuur:

Provinciaal Drentse en Asser Courant 12-01-1935.

L. Haan-Beerends, Blik terug in de tijd, De Biltse Grift 2013.