Baron Carel Wessel Theodoor van Boetzelaer was van belang voor de Biltse geschiedenis doordat hij in 1930 een deel van zijn landgoed Sandwijck afstond om er een park van te maken. Een van zijn boerderijen werd gebruikt voor nieuwbouw in de Leijen. Hij was een rijke grootgrondbezitter en was actief in de Tweede Kamer. Op 21 januari 1956 overleed hij op Sandwijck.

 

Meer informatie

Carel Wessel Theodoor werd op 5 juli 1872 geboren op het landgoed Koelenberg, ook wel Het Klooster genoemd, Hij was een zoon van Godfried Hendrik Leonard, baron van Boetzelaer en jonkvrouw Johanna Charlotta van Schuylenburg.

Na zijn gymnasium studeerde hij theologie en promoveerde hij in 1906 op een godsdiensthistorisch onderwerp: De gereformeerde kerken in Nederland en de zending in Nederlandsch Oost-Indië in de tijd der Oost-Indische Compagnie. De zending bleef hem zijn leven lang bezig houden. Van 1906 tot 1919 verbleef hij als zendingsconsulent voor de Nederlands Hervormde Kerk in Batavia (Jakarta –Indonesië).

Voor zijn vertrek naar Indonesië trouwde hij met Wilhelmina Elisabeth Thomassen à Thuesink van der Hoop van Slochteren. Na zijn terugkeer uit Indonesië koos hij voor de politiek en hij was van 1922 tot 1937 lid van de Tweede Kamer voor de Christelijk Historische Unie (CHU), een enigszins conservatieve protestantse partij. Naast deze activiteiten was hij een vooraanstaand grootgrondbezitter in de gemeente De Bilt en haar omgeving. Hij woonde op Sandwijck en schonk in 1930 een deel van zijn landgoed, dat aan de noordzijde over de provinciale weg van Utrecht naar Zeist lag, als park aan de gemeente De Bilt met de verplichting om er tot 2030 niet op te bouwen. Het is nog steeds een fraai park met mooie bomen.

Niet altijd verliep de relatie met de gemeente en haar bevolking soepel. In 1951 ontstond een hoog oplopend conflict met H. Westeneng, de pachter van de Leijenhoeve aan de Leijenseweg in De Bilt. Van Boetzelaer weigerde de pacht te verlengen aangezien Westeneng te laat om verlenging van het pachtcontract had gevraagd. De baron zegde hem zonder meer de pacht op zonder rekening te houden met het feit dat Westeneng al jaren pachter was en zijn boerderij zorgvuldig beheerde

De Biltse bevolking koos de zijde van de pachter, bemiddeling faalde, een rechtszaak volgde. Westeneng verloor het proces, maar uiteindelijk sloot men een compromis: hij kreeg een andere pachtboerderij in Soest en Van Boetzelaer betaalde de proceskosten. Er kwam een andere pachter op de Leijenhoeve tot uiteindelijk de grond aan de gemeente De Bilt werd verkocht voor nieuwbouw in de Leijen.

Het incident liet wel zien dat de onaantastbare positie van de adel tanende was en het wierp een smet op het blazoen van een familie die nauw met De Bilt was verbonden.

PvH

 

Literatuur:

www.parlement.com/id/vg09lkydvhza/c.w.th.baron_van_boetzelaer_van

http://www.wijkvogelzang.nl/Leijenhoeve.htm

http://www.4-5-mei.nl/herdenking/9/20/de-witte-burchthoeve.html