In de wetenschappelijke wereld stond David de Wied als farmacoloog op eenzame hoogte. Een groot deel van zijn leven woonde hij in Bilthoven, waar hij in 2004 ook is begraven. Niet geheel terecht werd hij in verband gebracht met een ‘leerpil’. Afbeelding: portret van prof. De Wied (DAB).

 

Meer informatie

Door de Tweede Wereldoorlog was David de Wied (1925 – 2004), die uit een Joods slagersgezin kwam, pas in 1947 in staat om geneeskunde te gaan studeren. Hij deed zijn artsexamen en promoveerde op het onderwerp Vitamine C, bijnier en adaptie. Daarna wijdde hij zich aan onderzoek in Groningen, waar hij in 1961 hoogleraar experimentele endocrinologie werd.

Een nieuwe impuls kreeg zijn onderzoek toen hij in 1963 in Utrecht tot hoogleraar farmacologie werd benoemd. De Wied stond aan het hoofd van het farmacologisch Instituut aan de Vondellaan, dat in 1968 werd omgedoopt tot Rudolf Magnus Instituut. Hij kwam in Bilthoven wonen aan de Bilderdijklaan.

De Wied ontdekte dat neuropeptiden,  stukjes van hormonen, belangrijk waren voor het functioneren van de hersenen en voor het gedrag. Omdat hij dierproeven deed, was zijn onderzoek enigszins omstreden en ook de academische wereld stelde zich aarzelend op. In de jaren daarna werd de invloed van de peptiden echter onomstotelijk bewezen.

Zijn idee was dat het ontbreken van deze stoffen kon leiden tot slechter functioneren, tot geheugenstoornissen en schizofrenie en dementie. Het aanvullen van die stoffen zou dan tot herstel en genezing leiden. De firma Organon probeerde een medicijn te ontwikkelen dat het functioneren van het geheugen zou versterken, maar in de pers werd dit omgedoopt tot een ‘leerpil’. De Wied was niet gelukkig met het feit dat hij met deze mislukte pil werd geassocieerd.

Ton het internationale onderzoek in de jaren tachtig andere richtingen koos, profileerde De Wied zich meer als bestuurder. Zo was hij van 1984 tot 1990 voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij behoorde tot de top van de Nederlandse farmacologie en genoot internationaal groot aanzien, zoals blijkt uit de zeven eredoctoraten die hij ontving.

Op 28 februari werd hij in Bilthoven begraven. In 2011 is het gebouw van de bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht naar hem genoemd.

DAB

 

Literatuur:

R. Vermij, David de Wied, wetenschapper ‘pur sang’, in: De Biltse Grift juni 2009.

David de Wied (1925 – 2004), in: Trouw 25 februari 2004.

D. Swaab, David de Wied, De Academische Boekengids 31, februari 2002.