In 1943 vonden in heel Nederland de april-meistakingen plaats. In De Bilt waren opvallend veel werknemers bij de stakingen betrokken. Hierboven ziet men een besluit van de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de SD Dr. Wilhelm Harster om hard op te treden tegen stakers en niet te aarzelen doodvonnissen uit te spreken en te voltrekken.

 

Meer informatie

Op 1 april 1943 maakte de opperbevelhebber van het Duitse leger in Nederland, generaal-vlieger F. Christiansen bekend dat alle reserve officieren en onderofficieren zich moesten melden om in krijgsgevangenschap naar Duitsland te worden afgevoerd. In 1942 was dit al gebeurd met de beroepsmilitairen. De bezetters besloten hiertoe uit bezorgdheid voor illegale acties en georganiseerd verzet. Ook de toenemende behoefte in Duitsland aan arbeidskrachten brachten de bezetters tot dit besluit, dat op zich volkenrechtelijk onwettig was.

De Raad van Verzet riep op tot weigering en in heel het land braken spontaan stakingen uit in de industrie, maar ook bij boeren die weigerden melk te leveren. Er waren regionale verschillen en op sommige plekken werd niet of nauwelijks gestaakt. Opvallend is dat in Amsterdam en omgeving minder werd gestaakt; vermoedelijk hebben de Duitse represailles naar aanleiding van de februari staking in 1942 tegen het wegvoeren van Joodse landgenoten tot voorzichtigheid en aarzeling geleid. Er werd juist veel gestaakt in Twente, in Limburg, Groningen, Friesland en in delen van Zuid-Holland, Gelderland en Noord Brabant. In Utrecht was in de stad en in de provincie echter de stakingsbereidheid minder groot.

De historicus en socioloog P.J. Bouman (1902-1977) schreef in zijn boek over de stakingen: Een contrast met de houding van het fabriekspersoneel uit Amersfoort en Utrecht en omgeving vormt ook stakingsactiviteit van arbeiders en employés te de Bilt en Bilthoven. Zaterdagochtend [ 1 mei] werd het werk neergelegd bij de fabriek “Inventum” te Bilthoven (250 man). Bij de metaalfabriek Meyer en Greeven (125 man) waren de arbeiders wel verschenen, doch al gauw verlieten zij en bloc de fabriek.

Het voorbeeld vond navolging bij de apparatenfabriek Van Doorn, bij de instrumentenfabriek Smitt in Bilthoven en bij het Bedrijfschap voor Eieren en Pluimvee te De Bilt (120 personeelsleden). Opvallend was ook de stakingsbereidheid van de Gerofabriek in Zeist (400 man) en bij de gemeentelijke distributiedienst in Zeist (90 personeelsleden). Een verklaring waarom in De Bilt en Zeist opvallend actief gestaakt werd, is ook na verder onderzoek niet gevonden.

De staking werd met harde hand bedwongen. Op 1 mei waren er al S.S. troepen in De Bilt en arrestaties en verhoren in De Bilt en in Utrecht volgden. Op 3 mei waren de stakingen hier voorbij. Elders in het land duurden de acties nog enkele dagen.

Op zich hebben de stakingsacties de oorlogshandelingen nauwelijks beïnvloed en leidden zij er slechts toe dat het verzet en de haat tegen de bezetters toenamen. Dit dwong de bezetters tot het inzetten van meer militairen en politietroepen.

Hieronder: de aankondiging van de Rijkscommissaris Seyss-Inquart om standrecht in te stellen tegen weigeraars en stakers.

PvH

 

Literatuur|:

P.J. Bouman, De april-mei stakingen van 1943. ‘s- Gravenhage 1950.

J.C. Brugman, Bezet en verzet. De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd. 1993.

Hans Brugman, ‘Het verzet in onze gemeente’, De Biltse Grift, juni 2005.

De jaren ’40- ’45, een documentaire. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, z.j. (1961).