Op 18 januari 1482 werd vrijwel geheel De Bilt verwoest. Huurlingen plunderden ook Vrouwenklooster, Vredendaal en Oostbroek. Dat was een gevolg van de Stichtse Oorlog. Afbeelding: plunderende soldaten in vijftiende eeuw (Mittelalterliches Hausbuch).

 

Meer informatie

In de Stichtse Oorlog van 1481 tot 1483 vochten de opstandige steden Utrecht, Amersfoort en Montfoort tegen bisschop David van Bourgondië. Deze had steun gevraagd aan zijn verwant Maximiliaan van Oostenrijk, de man van Maria van Bourgondië, die door zijn huwelijk ook graaf van Holland was. Dat verzoek was niet van harte, want het was duidelijk dat bisschop David de Hollandse overmacht niet onder controle kon houden.

Op 15 januari 1482 deed de stadhouder van Holland Joost van Lalaing een inval in het Nedersticht met een leger van 4000 man. In De Bilt voegde de bisschop zich daarbij met 125 ruiters. Hij overnachtte in Vrouwenklooster, zoals hij wel vaker had gedaan. Het leger trok naar de muren van Utrecht en bisschop David stuurde net als in 1481 een heraut om de stad op te eisen.

In Utrecht was de strijdlust gemengd met paniek: de opgewonden inwoners wilden graag vechten maar het vijandelijke leger was veel te groot. De ritmeester van de huurlingen wist ze om te praten: ze moesten de muren verdedigen.

De soldaten uit Holland, gedeeltelijk ook huurlingen, konden de stad niet innemen en ze raakten gefrustreerd van het wachten. De Stichtse Kroniek: Sy bernden nu buten die Ghildepoort ende opt veen veel husen, ende en lieten daer niet staen, dan op die Bilt twe of drie husen. Ende sy beroofden Vredendael ende die cloosteren, sonder die kleinnoten, die die kercken toebehoerden, want sy en konden dat geboeft nijt bedwingen. Zij staken dus de huizen aan de oostkant van Utrecht in brand en plunderden De Bilt, waar ze maar twee of drie huizen lieten staan. Ze plunderden de kloosters Oostbroek, Oudwijk en Vredendaal, vooral de kostbaarheden.

In Vrouwenklooster stalen ze alles wat los en vast zat en vertrapten ze de relikwieën van Sint Laurens. Ze ontwijdden de kerk en sloegen de ruiten stuk. De nonnen klaagden bij de bisschop,  maar hij moest antwoorden dat hij ze niet kon beschermen. De volgende dag trokken de troepen van de bisschop en van Holland weer weg.

DAB

 

Literatuur:

Tenhaeff, N. B. (ed.) Bisschop David van Bourgondië en zijn stad, Utrechtsch-Hollandsche Jaarboeken van de hand van een onbekenden, gelijktijdigen schrijver naar den eersten druk van Antonius Matthaeus’ Analecta, Utrecht 1920.

Zilverberg, S.B.J., De Stichtse Burgeroorlog, Zutphen 1978.