De ‘ware christelijk gereformeerde kerk’ was dan weliswaar geen staatskerk, maar kon wel rekenen op stevige staatssteun in geval van misdragingen van kerkleden. Zoals in het geval van de Maartensdijkse molenaar Tomas Jansen, ‘oefenaar’.  Zijn gedrag week aanzienlijk af van dat wat Jan Luyken op de afgebeelde prent in 1694 aanprees. [Rijksmuseum Amsterdam.]

 

Meer informatie

 

In de besluiten van de Utrechtse Staten van 11 november 1750 viel te lezen:

Gelesen sijnde de requeste [het verzoek] van de ouderlingen en diakenen van Mertensdijk  dolerende [hun beklag doende]  dat Tomas Jansen molenaar [in strijd met de besluiten van de Staten] oeffeninge [particuliere religieuze bijeenkomsten] gehouden had  in de huysen van Frans Frudenhamer en Jan de Wever, en den kerkenraad geen behoorlijk respect toedroeg [betoonde], ja selfs bij de laatste beroepinge van den predikant nevens andere seditieuse insolentien  [rebelse ombeschaamdheden] hadde gepleegt, welke onder ’t oog van Haar Ed[el] Mog[enden] [de Staten van Utrecht], gebragt sijnde [en voorgelegd zijn aan de procureur generaal, de gewestelijke hoofdaanklager] […]

[worden Tomas Jansen en zijn medebeschuldigde Lukas Hendriksen bij vonnis van het Utrechtse Hof veroordeeld]   om aan de consulenten van de classis [Amersfoort], van Benthem en Cornelius, predicanten te Baarn en Westbroek, mitsgaders de supplianten [klagers, de Maartensdijkse kerkenraad] in presentie [tegenwoordigheid]  van den nu beroepen predicant  Van der Horst te betuigen  ‘t van herten leet te sijn [spijt te hebben] ’t voorige gedaan te hebben, met versoek van vergeving en belofte sig in alle sedigheid te sullen aanstellen [zich netjes te gedragen] en den beroepen predikant voorzeid behoorlijk te respekteeren.

Omdat de Staten rekening hielden met herhaling van  Jansens misdragingen werd hem verboden nog illegale bijeenkomsten te houden. De straf bij overtreding was zwaar: honderd gulden per overtreding, of een half jaarloon van een landarbeider. Voor de zekerheid bracht de bode op 18 november 1750 het besluit van de Staten bij Jansen thuis. Daarmee lijkt de zaak afgedaan te zijn geweest.

Voor de volgende post in deze reeks over het kerkelijk leven in de kernen van De Bilt klik men HIER. Daar vindt men meer over de rol van de kerk en het onderwijs aan kinderen van bedeelden.

AD

Bron Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, inventaris 0987 (Archief Hervormde gemeente Maartensdijk 1670-1985] nr. 1 (notulen kerkenraad).

De eerste pagina van het uittreksel van de notulen van de Staten van Utrecht van11 november 1750.