Afgebeeld is een kaart van het gerecht Oostveen, ‘met globale aanduiding van de wateringen en het getal hoeven en aantekening van de hoeven waarop de “Veghtslach” van toepassing is’ (beeldbank Utrechts Archief, topografische atlas nr. 2180.)

 

Meer informatie

 

De ‘Vechtslag’is een heffing die aan de vertegenwoordiger van de landsheer die de grond had uitgegeven, de schout,  moest worden betaald,. De rivier de Vecht was het water vanwaar de ontginningen hadden plaatsgevonden en waarop het nieuw ontgonnen land loosde. Het woord slag slaat op de langwerpige kavels van die naam waarin het ontgonnen land verdeeld werd, van elkaar gescheiden door sloten. We spreken dan ook van het ‘slagenlandschap’. De schets laat de situatie van noord (links) naar zuid (rechts) zien.

Men ziet lijnen van  van links (noord) naar rechts (zuid), van Hollandsche Rading naar Groenekan. Het zijn lijnen die de grens met het gerecht De Bilt, de Tolakker, de Maartensdijkse vaart, de Achterweteringse vaart en de grens met Achttienhoven aangeven. Het meest zuidoostelijke gerecht, Herverskop,  krijgt,  uiterst rechts een paar aparte kolommen. De kaart laat de verschillende blokken, ‘viertels’, zien. Daarin staat het aantal hoeven aangegeven. Een hoeve is het bij de ontginning uitgegeven stuk land, dat voldoende moest zijn om een boerderij op te vestigen. De breedte van een hoeve was 112,5  meter, de diepte 1250 meter.  De hoeven waren 16 morgen (omstreeks 15 hectare) groot. Daar, zo schat men, moesten jaarlijks twee penningen per morgen voor worden betaald. Voor de volgende kaart klikke men deze link aan: de digitale atlas van onlinemuseum De Bilt 12: de Biltse molen in 1651.

AD

Literatuur: Johanna Maria van Winter en A. L. P. Buitelaar Stad en veen in Utrecht, toegelicht aan de gerechten Oostveen en Herbertskop. In: Jaarboek Oud Utrecht, 1988/1, pp. 9-34.