Afgebeeld is een pand op het adres Koningin Wilhelminaweg 469 te Groenekan, de voormalige huisvesting van het kantoor van de Eerste Stichtsche Kopergieterij en Metaalwarenfabriek (ESKEM). Tot het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw was het kantoor van dit bedrijf hier gevestigd. (Foto AD)

 

Meer informatie

Het getoonde gebouw stamt uit 1939. In 1918 werd de voorganger van dit pand, waarbij ook een fabriek, een loods en een erf hoorden,  gekocht door P.A. Verwer en J. Stolp. De heren vestigden er hun  onderneming in. Die hield zich bezig, zoals zij schreven, met het handelen in en het vervaardigen van koperen, plaatijzeren en blikken voorwerpen in de meest uitgebreiden zin en het verrichten van alles wat hiermee in verband staat of daaraan bevorderlijk kan zijn.

In mei 1918 verleende de gemeente een vergunning voor de installatie van een 35 pk zuiggasmotor. Inwoners van het dorp protesteerden: zij waren bang voor vervuiling door verbrandingsproducten van de teerolie-smeltoven in de gieterij. De gemeente handhaafde de vergunning, maar stelde een voorwaarde: als zou blijken dat het milieu werd aangetast, moest er een schoorsteen worden verhoogd.

De fabriek breidde zich voor de Tweede Wereldoorlog gestaag uit. Er kwamen: een gieterij parallel met de spoorlijn, een hoge smelterij, een vormerij, een kernmakerij, een modelmakerij, een magazijn, een gieterij, een watermeterfabriek en het hier getoonde kantoorgebouw aan de straatkant.  Omstreeks 1930 werkten er honderd mensen. Het bedrijf had een veelheid aan opdrachtgevers, zoals Hoogovens, De Vries Robbé, Stork, Jaarsma, de NS, Lips, Wilton-Feyenoord, Jaffa, de Nederlandsche Kabelfabriek, de Genie, de Noord Hollandsche Reddingmaatschappij, Philips en Shell. Tussen 1970 en 1972 werd het bedrijf geliquideerd. Op de plaquette J.S. Stolp, die van 1918 tot 1950 directeur was (Foto Collectie RHC Vecht en Venen).

AD

 

Literatuur:

W. Hoebink, De eerste in het Sticht, de grootste in Groenekan, in: St. Maerten, afl. 3 (december 1989) pp. 6-12.

Michiel Kruidenier en Joost van de Spek, Maartensdijk. Geschiedenis en architectuur (Zeist 2000)  pp. 212v..