In de kerk van Westbroek wordt de gerechtskast uit 1764 bewaard. In deze kast werden de papieren van de rechtbank opgeborgen.

Het recht van rechtspraak was in handen van de gerechtsheer of heer van een dorp. Hij was gewoonlijk een leenman die zijn macht in leen had van een hogere autoriteit. Westbroek was in de twaalfde eeuw waarschijnlijk in handen gegeven van de abdij van Oostbroek. In de dertiende eeuw waren de heren van Zuilen de leenmannen. Eind veertiende eeuw was het in handen van de familie Van Borssele en daarna van de geslachten Van Rennenberg, Van Lokhorst, Van Reede en Van Tuyll van Serooskerken.

Oorspronkelijk bestond de rechtbank waarschijnlijk uit geburen, een college van ingezetenen met een voldoende grote boerderij. Later werd de rechtspraak uitgeoefend door een college van een schout en zes schepenen.

 

DAB