Langs de Utrechtseweg stonden om de zoveel meter vierkante betonnen schuilplaatsen waar auto’s in konden. Daar stonden wij met heel veel jongens en meisjes bovenop om de bevrijders op te wachten. Het duurde en duurde, maar eindelijk kwamen ze. Ze stopten voor ons en wij klommen op de wagens en tanks. We reden mee door De Bilt, de Hessenweg, Groenekanseweg tot de weg Utrecht-Hilversum. Daarna moesten we het hele eind teruglopen. Een hele rij jongens en meisjes liep gearmd feestend over de weg naar de plek waar onze fietsen stonden.

Aan het woord is Maartje Balk. Ze was toen 21 jaar. De afbeelding laat de intocht over de Utrechtseweg zien en een Shermantank. (Foto Het Utrechts Archief)

 

Meer informatie

Maartje Balk, in 1923 geboren in Amsterdam, woonde vanaf 1933 in Bilthoven. Haar familie gaf onderdak aan mensen die het bombardement van Rotterdam ontvlucht waren en later aan onderduikers. Zelf was zij koerierster in het verzet. Na de oorlog ontving ze het verzetsherdenkingskruis. Postuum werd dat kruis uitgereikt aan haar ouders en aan haar broer Machiel die in november 1944 was neergeschoten.

In een jeep meende men Prins Bernhard te herkennen. Dat klopt met wat De Jong over die dag schreef: Wie men in die twee steden wèl zag, was prins Bernhard die in een jeep een snelle rondrit maakte via Utrecht, Rotterdam en Den Haag (hij werd overal luid toegejuicht). Een deel van de Britse militairen reed over de Soestdijkseweg naar Bilthoven, waar de commandant zijn intrek nam in de villa naast Jagtlust.

DAB

 

Literatuur:

  1. Geebel, Bevrijding van een oorlog die nooit voorbij gaat, in: De Vierklank 29 april 2015.