Aan het eind van de zestiende eeuw kwam ook in Maartensdijk het eind van de officiële katholieke kerk. Afgebeeld: De Nederlands Hervormde Kerk, een laatgotisch kerkgebouw met een toren, een eenbeukig schip met smalle dwarskapellen en koor. (Prent van Paul van Liender uit 1763. Collectie Het Utrechts Archief)

 

Meer informatie

Veel priesters werden predikant. Daarbij raakte een oud-priester en nieuwbakken predikant al snel in opspraak: Te Maartensdijk houdt zich [in 1593] paap Willem Laurensen op; van hem heet het, dat hij vroeger te Utrecht een bordeel zou hebben gehouden en zich nu hier nog met danserijen ophoudt.
Nederland kende in de tijd van de Republiek officieel geen staatskerk. De kerk van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden, de “Gereformeerde Kerk”, was een lekenorganisatie. Deze werd in tegenstelling tot de Katholieke Kerk niet centraal bestuurd. Zij bestond uit raden op plaatselijk, regionaal, provinciaal en nationaal vlak. In deze kerkstructuur was elke gemeente zelfstandig. Na de Synode van Dordrecht van 1618-1619 zou er geen nationale synode meer bij elkaar komen.

Het kerkelijke gezag berustte voortaan bij de ouderlingen (opzieners of presbyters) van de plaatselijke gemeenten en het lag zo op het laagste niveau. Ook al kwam de orthodoxie in Nederland in de achttiende eeuw onder vuur, de periode van de Verlichting bracht hier te lande geen echte secularisatie. Overigens werden andere godsdienstige richtingen (doopsgezinden, katholieken etc.) in deze eeuwen naast de ‘publieke’ kerk meestal oogluikend toegestaan.

AD

Litt.: Anne Doedens, ‘Van onbesproken gedrag?’ In: De Biltse Grift 2004/2 (juni 2004) 34-43.