Aan weerszijden van de Utrechtseweg, vlakbij de benzinestations, kan men nog altijd de resten zien van een infanteriestelling die bekend staat als de Werken bij Griftenstein. De restanten aan de noordkant van de weg vallen op door de beschutte zitplek die daar is aangebracht. De werken waren een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Afbeelding: Bunker aan de noordzijde van Griftenstein (Foto DAB).

Meer informatie

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was al enige tijd duidelijk dat er extra ondersteuning nodig was voor het Fort De Bilt. Dat fort uit het begin van de negentiende eeuw werd als verouderd beschouwd omdat het niet bestand was tegen de moderne ontwikkelingen in de oorlogvoering. Daarom bouwde men een kilometer verder in de richting van De Bilt een infanteriestelling: de Werken van Griftenstein. Men begon met het graven van loopgraven en vulde deze weldra aan met betonnen schuilplaatsen, een uitkijkpost en een mitrailleurkazemat. Toen de oorlogsdreiging in de jaren dertig weer oplaaide, bouwde men nieuwe schuilplaatsen en kazematten.
Daardoor werd echter ook het gebied uitgebreid waarin met het oog op de verdediging niet gebouwd mocht worden. Deze regels werden echter soepel toegepast. Er was geen bezwaar tegen de bouw van stenen huizen in de Veldzichtstraat en Park Arenberg, maar de bouw van een nieuwe Michaƫlkerk werd in 1939 verhinderd.

Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, was men te laat met het openzetten van de sluizen van de Nieuwe Hollandse waterlinie. Het water richtte wel schade aan bij tuinders en veehouders in Westbroek en Achttienhoven.
Op 14 mei rukten de Duitse troepen op over de Utrechtseweg tot de Kerklaan in De Bilt. De Duitse bevelhebber liet aan de militaire commandant van Utrecht weten dat hij de strijd moest opgeven; anders zou Utrecht worden gebombardeerd. Inmiddels vond het bombardement op Rotterdam plaats. De Utrechtse commandant wilde niet reageren, maar hij kreeg telefonisch bericht dat hij de Duitse opperbevelhebber moest berichten dat Nederland de wapens neerlegde. Bij de werken van Griftenstein is niet gevochten.

In 2006 gaf de toenmalige eigenaar van het Rodemterrein aan de Utrechtseweg de gemeente De Bilt te kennen een bedrijf te willen starten op dit terrein, toen nog een weiland in de Werken bij Griftenstein en de verbinding vormend tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van deze oostelijke verdedigingslinie van de stad Utrecht uit de jaren 1930. Monumenten- en landschapsorganisaties keerden zich tegen dit plan. Ook de gemeente De Bilt onder leiding van wethouder Arie-Jan Ditewig verzette zich tegen deze planontwikkeling en kreeg genoemde organisaties achter zich.

Met geldelijke inspanning van gemeente en provincie kon het terrein als ontbrekende schakel aangekocht worden, vervolgens overgedragen worden aan het Utrechts Landschap en het bedrijf kon met medewerking van de gemeente Houten daar gebouwd worden. Daarmee werden de Werken bij Griftenstein een eenheid in hun monumentale waarden en als een geheel deel uitmaken van voormalige verdedigingsgordel aan de oostkant van Utrecht, liggend op Bilts grondgebied. Daardoor was ook de ecologische verbinding tussen Het Gooi, het oostelijk Maartensdijkse buitengebied, de Leyense bossen, het oostelijke Groenekanse weidegebied , het westelijk Biltse weidegebied en de aansluiting op het Krommerijngebied gerealiseerd.

DAB

Literatuur:
Kees Floor, De werken bij Griftenstein, De Biltse Grift 2015

S. Broekhoven en S. Barends, De Bilt, geschiedenis en architectuur, Zeist 1995 p. 221-222.

Hieronder: Foto van het huis Griftenstein, afgebroken in 1906 (Collectie Het Utrechts Archief.)

 

Werk bij Griftenstein: luchtfoto uit de jaren 1920-1940 van 2.500 m. hoogte. Coll. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

Een tekening uit 1940 met daarop panden die na het opblazen van de huizen wel (rood) of niet (zwart) mochten werden herbouwd of hersteld. (Bron: Regionaal Historisch Centrum te Breukelen)