Een jongeman die in 1898 in De Bilt een geit gestolen had, gedroeg zich voor de rechtbank zo brutaal, dat de strafeis zwaarder werd. Foto: Het gebouw van de rechtbank zoals het er omstreeks 1890 uitzag. (Het Utrechts Archief)

 

Meer informatie

In de negentiende eeuw was De Bilt nog vooral een agrarische gemeenschap. Diefstal van vee kwam nog vaak voor. Een voorbeeld: de arrondissementsrechtbank in Utrecht sprak in 1873 een jongeman met de naam M. E. uit De Bilt vrij van diefstal van een konijn omdat hij te jong was om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Hij moest wel tot zijn twintigste worden opgevoed in een verbeterhuis.

Anders was het met twee iets oudere verdachten die voor de rechtbank in Utrecht ervan beschuldigd dat zij in De Bilt  in de nacht van 12 november 1898 een geit uit een schuur gestolen hadden. Ze waren 20 en 24 jaar oud.

De eerste jongeman beweerde dat de andere de diefstal had gepleegd en de geit had doodgeslagen. Hij zelf had alleen geholpen om het vlees te vervoeren. Nummer twee beweerde dat hij het karkas voor drie gulden van de ander had gekocht.

Toen de moeder van nummer één iets ten gunste van haar zoon wilde zeggen, maakte de tweede bezwaar met een schampere opmerking: Och wat zal ‘k ie zeggen, ’t is zijn moeder. Hij draaide zich om naar de zaal en knipoogde naar zijn vrienden. De voorzitter van de rechtbank, meester van Walé, ergerde zich daaraan. Hij waarschuwde hem dat hij uit de rechtszaal verwijderd zou worden als hij niet ophield met dat gedrag.

Toen men nummer twee het vuur aan de schenen legde met kritische vragen, riep hij volgens Het Vaderland: Loop v(erdomme) naar de bl(iksem) met dat gepols; je maakt me niks, ik ben gladder dan jullie allemaal. En toen men hem vroeg of hij niet toegaf dat hij de geit had gestolen, zei hij: Ja, jij en ik hebben het samen gedaan! De voorzitter van de rechtbank liet hem tijdelijk verwijderen, maar hij mocht terugkomen om de eis te horen: acht maanden gevangenisstraf, terwijl voor de eerste verdachte vrijspraak werd geëist.

DAB

 

Literatuur:

Het Vaderland, 29 november 1873; Idem 9 januari 1899.

De Oprechte Haarlemsche Courant 7 januari 1899.