Abt Nicolaas van het St. Laurensklooster van Oostbroek had het heel goed voor met zieke nonnen van Vrouwenklooster  waarmee Oostbroek een dubbelklooster vormde. Dat blijkt uit deze acte uit 1219. [Utrechts Archief, inv, 1005-4, nr. 3.1.36.]

Meer informatie

In deze acte leest men dat abt Nicolaas [3e regel van boven : ‘ego Nicolaus dei gratia abbas ecclesiae Santi Laurentii in Ostbruch’]  aan de zieke nonnen van Vrouwenklooster een aantal landerijen en de opbrengst van enkele andere schenkt [‘ad usus infirmarum‘, 8ste regel van boven], boven hun vaste jaarinkomen [‘statuta annona’]. De nonnen van Oostbroek waren vaak dochters van Utrechtse edelen, die hun kroost in het klooster onderhielden of bezittingen hadden meegegeven. Het ging om nogal wat grond waarvan de abt de opbrengst schonk: meer dan 100 hectaren. De grond was te vinden in: Heemsteden [‘Hemsteden’], Jutphaas [‘Iudifas’], in Werkhoven [‘Wercunden’], in Oostveen [‘Veno’], In Maarsenbroek [‘Marsinebruke’], Kortrijk [‘Curtrike’], in Maarseveen [‘Marsine vene’], in Langbroek [‘Langebruke’] en Hooghuizen [‘Hochhusen’] en bij de Utrechtse Jacobsbrug [‘iuxta pontem Sancti Jacobi’].

Merkwaardig is, dat Aernout van Buchel in zijn opsomming van Oostbroekse abten wel een zekere Nicolaas noemt, maar pas in de veertiende eeuw. Hieronder ziet men het zegel van het klooster van Oostbroek dat aan deze acte hangt.

AD