Afgebeeld is een illustratie uit een 16e eeuws boek, een uitgave van Joost de Damhoudere’s Practycke in criminele saken. (Rijksmuseum Amsterdam). Men ziet martelingen en onthoofdingen. Onthoofding was ook het lot van de Westbroeker Ewout Sandersz.  in 1554. Hieronder ziet met de afbeeldingen van het originele stuk uit 1554 met de beschrijving van Ewouts wandaden.

Meer informatie

Sandersz. had kennelijk in de kroeg ruzie gehad met het slachtoffer, Claes Pauwelsz. Deze laatste had Ewout bier in het gezicht gegooid. Ewout ging daarna gewelddadig zijn verhaal halen en was niet meer voor rede vatbaar. Hij stak op Claes in, met dodelijk gevolg. Daarna bleef hij op het gedode slachtoffer insteken, ondanks pogingen door omstanders hem daarvan af te houden. Ter gerechtszitting werd door de procureur-generaal van het Utrechtse Hof ook nog naar voren gebracht dat Ewout zijn vader zwaar mishandeld had. Na het volgen van de voorgeschreven gerechtelijke procedures werd Sandersz. bij het slot Vredenburg in de Domstad in de zomer van 1554 onthoofd. De transcriptie van het originele stuk (dat hieronder staat afgebeeld, luidt:

Gezyen by den Hove van Utrecht de calaenge [aanklacht] van den procureur generael, te laste geleyt Ewoutin Sanderszn. buyten Westbrouck gevangen, inhoudende,

Dat ghy Ewout in den jaere vier ende vyfttich  te peerde sittende met seeker ander persoon ende vervolgende eenen Claes Pauwelsz. die mit ander[e] goeden luyden te waegen rydende ende voorts varende was,

[Dat gij] syt gecommen omtrent den zelven waegen, seggende totten voornoemde Claes: dyt gelt  U,  ende my  alzoo [dat gij] de zelve Claes opeysende was ende nemende [Claes’] zyne javelyne [speer] inde hant [en] zeyde [Claes tegen U] Ewout: hoe dus, wat hebt ghy my uytstaende, [toen] hebt [gij Claes hem] geantwoordt dat weet ghy wel, van dat ghy my t glas byers in myn aensicht giet, steekende met die woorden naer den voornoemde Claes Pauwelsz., dewelcke om alle onverstant  te needer te leggen tot u zeyde: is ut wat misdaen – laet u beteren en ende verdraecht my dat dese reyse, waermede ghy nyet tevreden zynde hebt den zelven  Claes noch  vervolcht ende by hem commende geseyt [hebt] ghy schellemtgen nu moet ghy sterven, ende steekende mitsdien mit een kaeshakker [kaasmes]  inde voorseyde waegen, hebt den voornoemde Claes Pauwelsz een steeke gegeven van welcker hy deeser werelt overleden es.

Ende daermede noch nyet tevreden zynde noch oick gehoor gevende dengenen  [die] t quaet geerne belet hadden, hebt noch om te becomen u quaet voornemen, den voornoemde waegen gevolcht een groot stuck weechs qualick spreekende noch willende steeken ende zoo van eenygen op den zelven  waegen zyttende geseyt  werdt:

Ewout ghy en derft hem nyet meer steeken, hy heves genouch, hebt daer op geantwoort: hy en heves soo vele nyet, ick en zals hem noch meer geven. Kan ickt vanden avont nyet doen, ick zall t op eenen anderen tyt doen.  Ick ben om zynen wille deese reyse uuyt gereden om hem te duersteeken,

Dat meer es, dat ghy ten diverschen stonden uwen vader schandelyck ende leelick geinjurieert hebt ende inde wynter lestleeden hebt denzelven uwen vader gruwelick gequest ende gesmeeten ende noch hyerenboven oick tot diverschen stonden den  iusticien ende officiers van dien ongehoorsaem, rebellich ende weerspannicj mit woorden ende mit wercken geweest ende naerdien

Dt ghy de voorss[eyde] stucken ende delicten u voor gehouden ontkent hadt, t voors[eyde] hoff den procureur generael voornoemt geordonneert heeft de voors[eyde] feyten ende calaenge te veriffieren, ende de infirmatie [bevestiging] daer op gekomen, u gecommuniceert es geweest, de welcke ende door konden [getuigen] daer inne gehoort, ghy nyet en hebt connen noch weeten te lachteren of reprocheren [weerleggen], als waerby de zaeke gevallen es in rechte,

Soo eest dat  t hoff alle zaeken gezyen ende overweegen hebbende, cheeft verclaert ende verclaert by deese, dat ghy Ewout Sanderssoen ten vollen ahterhaelt  ende verwonnen zyt  vande voors[eyde] misdaden ende dien volgende recht ende voor recht, dat ghy gebracht sult worden opt schavot staende by Vredenborch ende aldaer gerecht te worden mitten zweerde zulcx datter de doot nae volcht. Actum den xiiii en Juli anno 1554.

Dit stuk is te vinden in het Utrechts Archief, Toegangsnummer:  239-1, Hof van Utrecht, Inventarisnummer, 403, vonnis, 14-07-1554, pg:  358v-359v

AD