Hier is het interieur van de kruidenierswinkel van Vink op het adres Dorpsweg 226 afgebeeld (foto: A.L. Zwart/De Vierklank-Koos Kolenbrander, met toestemming van de Vierklank). Voor het pand zelf zie men elders op deze site: Een kruidenierswinkel met allure.

 

Meer informatie

In 1909 vestigde zich de weduwe Evertje Hardeman-van der Veer zich in het pand en begon in het achterhuis een kruidenierswinkeltje. Zij overleed in 1926, waarna het kruidenierswinkeltje werd overgenomen door Roelof Vink en zijn vrouw. Het laantje aan de zijkant van de woning – de Vinkenlaan – werd naar hun familienaam vernoemd. De kruidenierswinkel van Vink raakte in het dorp en de wijde omge­ving zeer bekend. Roelof Vink ventte in het begin met een honden­kar en later op een transportfiets met een grote mand voorop. Hij verkocht niet alleen kruidenierswa­ren, maar ook petroleum, teer en klompen.  Vanaf 1925 nam hij een knechtje, Bart Wouters, mee op zijn dagelijkse rondes.

In 1930 overleed Roelof Vink en zijn vrouw Jannetje zette de winkel alleen voort. Zij overleed in 1956. Jannetjes zoon Dirk en zijn echtgenote Hilletje namen de winkel over. De knecht Bart Wouters reed met de transportfiets de dagelijkse rondes langs de klanten. Het echtpaar had wat moeite met reke­nen; wanneer bedra­gen moesten worden opgeteld, liet men de klant alleen in de winkel en ging even naar de kamer om de som te ma­ken. Tot het laatste moment ver­kochten Dirk en Hilletje de meeste waren los in puntzakken. Niet alleen suiker, bo­nen en erwten, maar ook groene zeep, stroop en andere vloeibare waren werden apart verpakt. De losse choco­laatjes die soms wat wit waren uit­geslagen, werden met een doekje weer keurig opgepoetst.

De winkel bestond tot 1988; in 1987 overleed Dirk Vink, in 1989 zijn echtgenote. Daarmee werd symbolisch een tijdvak afgesloten: de tijd van de zelfbedieningswinkels was al jaren eerder aangebroken. Hieronder is kruideniersbediende Kees Wouters in actie afgebeeld (Afbeelding: archief Koos Kolenbrander).

AD

 

Bron: Koos Kolenbrander, ‘kiek nou toch ’s effe an’, in: De Vierklank van 23 juni 1997.