Een verzekeringspolis en een treinongeluk waren de ingrediënten van een omslachtig plan van een man uit Zeist en zijn verzekeringsagent uit De Bilt. De Zeistenaar wilde in 1973 van zijn vriendin af en bedacht samen met de verzekeringsagent een plan om  de rails los te schroeven op de lijn Utrecht – Amersfoort. De trein zou ontsporen, de vriendin zou omkomen en de twee heren zouden het geld van de verzekeringspolis opstrijken. Foto een trein na het passeren van de overweg bij Blauwkapel in 1954 (Foto NS, Het Utrechts Archief).

 

Meer Informatie

Door goed werk van een jonge adjudant van de spoorwegpolitie A. Franken en een inspecteur van de Biltse recherche F. Brink is het op het nippertje gelukt om een spoorwegongeluk en een tweevoudige moord te voorkomen. Een Zeistenaar, Harry de V, wilde van zijn 45-jarige Amsterdamse vriendin af. Hij sprak hierover met Hendrik de V., een verzekeringsagent in de Bilt.

Het plan kende twee stappen: eerst moest er op het leven van de vriendin een verzekering worden afgesloten en vervolgens zou zij bij een treinongeluk om het leven komen. Harry uit Zeist haalde zijn vriendin over om een verzekering af te sluiten. Het treinongeluk lag wat moeilijker. De twee mannen hadden een goede plek op het oog: kort na de overweg Blauwkapel volgt een spoorwegsplitsing, waar de lijn naar Hilversum afbuigt en ongeveer 100 meter verder maakt het spoor richting Amersfoort een scherpe bocht naar rechts. Op die plaats stond in 1973 nog een oud wachthuisje. Het idee was dat de vrouw zich bij het huisje zou bevinden als de trein uit de bocht zou vliegen.

Het probleem was dat Harry en Hendrik een handlanger nodig hadden die op het juiste moment de rails zou demonteren. Zij vonden een 32-jarige Utrechter bereid om dit klusje op te knappen voor 1000 gulden. De Utrechter kreeg echter koude voeten. Hij vertelde aan een conducteur op het traject Utrecht – Amersfoort dat hij in een café in Utrecht twee mannen over een ontsporing had horen praten en vroeg de conducteur of hij dacht dat de genoemde plaats een goede was.  De conducteur wist het niet maar vroeg wel de naam en het adres van de Utrechter en maakte in Amersfoort meteen een rapportje dat hij naar Utrecht stuurde. En zo kreeg de Utrechter al gauw bezoek van de spoorwegrecherche.

De spoorwegrecherche nam contact op met de gemeentepolitie in de Bilt. Samen gingen de heren Franken en Brink naar het kantoor van de verzekeringsmaatschappij, waarvan Hendrik agent was. In de polisadministratie vonden zij alle verzekeringen dus ook de ongevallenverzekering die recent door Hendrik was afgesloten. De verzekering was niet alleen op het leven van de vriendin maar ook op het leven van Harry afgesloten. Op het getekende formulier dat Harry bij Hendrik inleverde, was niets ingevuld. Dit gaf Hendrik de gelegenheid om zowel de naam van de vriendin als ook Harries naam op het formulier in te vullen, natuurlijk zonder medeweten van Harry.

Na het bezoek aan de verzekeringsmaatschappij overlegde de politie opnieuw met de Utrechter. Deze zei tegen de andere twee dat hij het niet aandurfde maar dat hij wel een betrouwbare kennis had die het klusje wilde opknappen. De politie leverde de ‘betrouwbare kennis’. Deze nieuwe samenzweerder vertelde Hendrik in detail zijn plan voor het ongeluk bij Blauwkapel en het feit dat zowel de vriendin als Harry hierbij moesten omkomen. Het tijdstip van de ontsporing werd daarom zonder medeweten van Harry gewijzigd. Harry moest immers eerst met zijn vriendin naar het wachthuisje gaan en dan op het juiste moment weglopen om zelf niet in gevaar te komen. Door het tijdstip te vervroegen hoopte Hendrik twee vliegen in één klap te slaan en de verzekeringspenningen alleen te kunnen opstrijken.

Tot een treinontsporing kwam het niet, wel werd de verzekeringsman spoedig in hechtenis genomen en werd ook Harry in Amsterdam bij zijn vriendin thuis gearresteerd. Beide legden een volledige bekentenis af.

EvdV

 

Literatuur:

Het Parool 25-11-1973

Het Limburgs Dagblad 20-11-1981