De Katholieke Illustratie was een weekblad voor katholiek Nederland, dat verscheen tussen 1867 en 1967. Door de oplage behoorde het tot de belangrijkste tijdschriften van het land. In 1874 schreef de hoofdredacteur H.A. Banning een reeks artikel onder de titel Uitstapjes in Nederland. Een van de afleveringen  heette Van Utrecht naar De Bilt; het vervolg heette Naar de heide. Het werd geïllustreerd met een afbeelding van de Petronellakapel in 1620.

 

Meer informatie

Eerst besteedde de auteur aandacht aan de Biltstraat, de oude bestrate weg waarop de Utrechters terecht trots waren. Vervolgens wandelde hij naar De Bilt: Het bloeiende dorp De Bilt ligt ongeveer een uur gaans van de stad en heeft tegenwoordig 2000 inwoners. In woelige tijden heeft het heel wat te lijden gehad, vooral van de Fransche troepen, die in het laatst der XVIIe eeuw te Zeist gelegerd waren, alwaar Lodewijk XIV tijdelijk zijn hoofdkwartier had.

Het katholieke tijdschrift ging uitgebreid in op de abdij van Oostbroek en het Vrouwenklooster. Banning had veel te vertellen over de geschiedenis. Opmerkelijk vond hij ook de paardenmarkt. ’t Is bekend dat te Utrecht de meest beroemde paardenmarkten worden gehouden, die door de kooplieden van alle natiën worden bezocht. Vooral is dit het geval met de zogenaamde palmpaardenmarkt. Wanneer men echter menschen van het vak mag gelooven, wordt reeds de meeste handel den dag te voren, dus op Palmzondag in het dorp De Bilt gedreven, alwaar een aantal der beste paarden gestald en gedurende den ganschen dag afgedraafd en onder luidruchtig handgeklap aan den man gebracht worden. ‘t Gevolg hiervan is dat in den namiddag het volk in massa’s naar De Bilt stroomt om van die luidruchtigheid getuige te zijn, en duizenden zich op dien weg bewegen. Tot heiliging van den zondag strekt dit zeker niet… 

Daar ligt aan de linkerhand het uitgestrekte landgoed Houdringen, dat de grootste verscheidenheid van grond aanbiedt, ’t Is een groot en bloeiend grasveld dat zich voor het heerenhuis uitstrekt. Alles doet nog denken aan den kleigrond rijk in zegen, waarvan Vondel spreekt, doch aan gene zijde van het huis wordt de grond al spoedig meer en meer ondankbaar en weldra ziet men zich op eene onvruchtbare, doodsche streek verplaatst, op een dor, golvend terrein, waar de talrijke zandheuvels inde verte het aanzien hebben van versteende baren eener woedende zee. Dit neemt niet weg dat wij ons hier ineen pittoresk oord bevinden, waarop de schilders, die er soms halve dagen lang verwijlen, zeer verzot zijn. ’t Is vooral de beukendreef, bekend onder den naam van gothieke laan, die hen in bewondering brengt en men moet dan ook inderdaad erkennen dat die laan onwillekeurig doet denken aan de spitsbogen eener middeleeuwsche kathedraal. Verderop ontmoeten wij Beerschoten, dat zich bij de kronkeling van den weg telkens schijnt te willen verschuilen achter de donkere boschpartijen die het park ineen halven cirkel omgeven; ’t is een lommerrijke weg dien wij volgen en waaraan op de meest verrassende wijze een einde wordt gemaakt door eene bekoorlijke vlakte welke zich voor het vermaarde landgoed Vollenhoven uitstrekt, dat zoo vele jaren lang werd bewoond door den oud-gouverneurgeneraal van Indië, baron Vander Capellen.

Het artikel werd afgesloten met een opmerking over de groei van het dorp.  Hoe groot in dit opzicht het verschil is bij vroeger, blijkt uit onze gravure op de laatste bladzijde van dit nommer. Zóó was De Bilt in het begin der XVIIe eeuw; toen stond daar ook nog het steenen kapelletje van St. Petronella, waarvoor oudtijds zoo menige pelgrim neergeknield lag.

DAB

 

Literatuur:

De Katholieke Illustratie,  Zondags-Lectuur voor het Katholieke Nederlandsche Volk, 1874-75 No 11 en 12 (te vinden op Delpher; het eerste deel is ook weergegeven in De Biltse Grift 1999 juni).