Een ontsnapte patiënt uit de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder veroorzaakte in 1936 veel beroering in Bilthoven en het aangrenzend bosgebied. Zijn acties moest hij bekopen met de dood door een politiekogel. Afbeeldingen: De Gregoriuskerk tussen 1930 en 1940 (Het Utrechts Archief) en een krantenfoto uit de Sumatra Post.

 

Meer informatie

Om een uur ’s nachts op woensdag 25 maart 1936 ontsnapte een patiënt van de Willen Arntsz Hoeve in zijn gestichtskleding door het raampje van de wc. Hij wandelde, zoals later bleek, in de richting van Bilthoven waar hij om half twee de pastoor van de Gregoriuskerk ruw uit zijn dromen wekte. De pastoor schrok wakker van glasgerinkel dat uit de keuken kwam. Hij sloop naar beneden en sloot de keukendeur vanaf de gangzijde af en belde de politie. Bij aankomst constateerden de agenten dat iemand een zinken putdeksel door het keukenraam had gegooid. Ook had de betreffende persoon de kerk bezocht.

Even later kwam er melding van ingegooide ruiten van een serre aan de Soestdijkseweg en bij de Boerenleenbank op het dorp. De man doolde verder en klopte op deuren en ramen, waarbij hij riep dat hij de duivel was of de profeet Elias. Het hele politieapparaat van de Bilt was in rep en roer en op zoek naar de onruststoker. De seinwachter bij het station had de man gezien maar het lukte niet om hem aan te houden. Tegen zes uur in de morgen vertoonde de ontsnapte patiënt zich gewapend met een ijzeren staaf bij het huis De Hoeve aan de Soestdijkseweg, nu het huis van aspergeboer Buijs. Hij werd gezien door de bewoner, maar toen de politie kwam, verdween hij het bos in.

Enige tijd later kwam hij in de Visserssteeg bij de vier arbeiderswoningen die diep in het bos liggen. Deze huizen, ook wel het Spinneweb genoemd, waren door de eigenaar van Beerschoten gebouwd voor zijn arbeiders. Een van de bewoners was om kwart voor zeven naar buiten gegaan en had de deur opengelaten. Zijn vrouw, die nog in bed lag, hoorde vreemde voetstappen in de kamer maar durfde niet te kijken. Kort daarop hoorde zij de voetstappen op de trap naar boven. De vrouw begon om haar man te roepen en daarop hoorde men veel kabaal en een harde dreun. Ook de buren werden wakker en de kinderen begonnen te gillen.

Korte tijd later arriveerde de politie. Toen een agent boven ging kijken, ontdekte hij dat het trapluik was dichtgegooid en van onderen niet kon worden geopend omdat er iets zwaars op het luik lag. Intussen had de vrouw verteld dat haar baby boven op zolder in zijn bedje lag. Buiten hoorde men de man telkens lachen en ook doffe geluiden vermengd met het gegil van het kind. De zolder had een klein raampje waarvoor men telkens de man zag, zwaaiend met een ijzeren staaf.

Toen duidelijk werd dat inklimmen geen optie was, werd besloten te proberen de man met een schot te raken en zo uit te schakelen. Een agent schoot drie maal op de muur naast het raam en vroeg de man zich over te geven. Dat had geen enkel resultaat. Vervolgens schoten de agenten opnieuw en deze keer werd de man geraakt. De politie klom via het raam naar binnen en overmeesterde de patiënt. Hij bleek echter zo fataal te zijn gewond dat het nodig was pastoor Schaepman uit de Bilt te roepen om hem te bedienen. Daarna is hij weggebracht en kon de rust weerkeren.

EV

 

Literatuur:

Sabine Broekhoven en Sonja Barends, De Bilt, Geschiedenis en Architectuur, Zeist 1995

De Locomotief, 06-04-1936