Als Nederlanders na de oorlog zeiden Eerst mijn fiets terug, lieten ze daarmee hun anti-Duitse gevoelens zien. Je kon het bijvoorbeeld vaak horen bij voetbalwedstrijden tegen Duitsland. Die woorden waren een verwijzing naar de fietsen die de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog in beslag genomen hadden. Nauwelijks enige andere daad der bezetters heeft een zo wilde woede, een zo grote verbittering veroorzaakt als deze massale rijwieldiefstal, schreef de verzetskrant het Parool. Veel Nederlanders denken dan ook dat aan het einde van de oorlog alle fietsen afgepakt waren. Op de foto zien we een vrachtwagen volgeladen met geconfisqueerde fietsen in Bilthoven. (Foto R.H.C. Vecht en Venen)

Maar werden er echt zoveel fietsen ingenomen?

 

Meer informatie

In de zomer van 1942 groeide bij het Duitse leger de bezorgdheid voor een geallieerde invasie. Generaal Christiansen eiste op 9 juli voor het Duitse leger 50.000 herenfietsen en later zelfs 100.000. De fietsen zijn bijna zonder uitzondering bestemd voor de snelle verplaatsing van reserves, schreef hij.

Mevrouw Rietje van Bodegraven uit De Bilt schreef in 1942 in haar dagboek: 20 juli: Nu is er weer wat anders aan de hand, namelijk dat de herenfietsen ingeleverd moeten worden. Elke gemeente moet er zoveel inleveren. Ze pakken ze zo maar van je af. Op de grens van de Gemeente staan ze met een grote wagen en paarden ervoor. Als je dan met de fiets er voorbij gaat dan is het afstappen. In de meeste gevallen kan je verder lopende naar de plaats van bestemming gaan. Je kan indenken dat het heel wat haat en ellende verwekt en ieder mens en kind er vol van is. Op de wegen zie je nu geen auto’s of fietsen meer, alles loopt en dat in De Bilt.

De inbeslagname werd bovendien beperkt tot gemeenten met meer dan tienduizend inwoners en er gold een vrijstelling voor degenen die de fiets voor hun beroep nodig hadden, zoals landbouwers, politieagenten, brandweerlieden en handwerkslieden. In principe was er een schadevergoeding van f. 50,-.

Veel fietsen werden in beslag genomen bij fietsenmakers of in rijwielstallingen. De meeste Nederlanders wilden niet meewerken en verstopten hun fietsen. Zij kwamen alleen met de meest wrakke rijwielen op straat. Van de 53.000 afgepakte fietsen was dan ook het grootste deel onbruikbaar en de rest had vaak geen banden. En het getal vertegenwoordigde ongeveer 1 procent van het aantal inwoners.

Na de luchtlandingen van 1944 had het Duitse leger opnieuw een grote behoefte aan transportmiddelen.  Op 12 oktober kwam er een bevel van Von Rundsted om alle herenfietsen in het land in beslag te nemen. Luise Kramer-Scheffels uit Bilthoven schreef in haar dagboek: 2/11: De brievenbus klepperde: Mevrouw van Eyk waarschuwt: morgen om 8 uur zullen alle herenfietsen in beslag worden genomen. Kunnen we de onze bij jullie opbergen? Natuurlijk.

Nu werden de rijwielen echter in het wilde weg geroofd. Duitse soldaten drongen in het wilde weg woningen binnen en pakten overal fietsen af. En radio’s, stofzuigers, strijkijzers en naaimachines.

Mevrouw Van Bodegraven: 4 september: Van de zondag op de maandagnacht een ware vlucht van de Duitsers. Auto’s vol geladen met meubelen en mensen, het is de hele dag door gegaan. Op heden nu is het ’s avonds 9 uur is het nog steeds in optocht en druk van vrachtauto’s en fietsen, wat ze machtig kunnen worden, nemen ze mee.

Zijn in de oorlog alle fietsen afgepakt? Uiteindelijk ging het maar om 3 tot 4 procent van de rijwielen en die waren vaak in heel slechte staat. De Nederlanders waren heel boos maar dat kwam niet door het verlies maar meer door de kans om een fiets kwijt te raken waaraan ze zo gehecht waren.

DAB

U bent aan het einde gekomen van de rondleiding over de Tweede Wereldoorlog. Over het vervolg, de hongerwinter en de bevrijding, komt er midden april 2020 een rondleiding.
Als u de rondleiding nog een keer wilt zien, klik HIER. Voor het hoofdmenu klik HIER.

Literatuur:

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dl.6 ie helft p. 60-66, dl 10B 1e helft p. 35-38.