In 1567 publiceerde Ludovico Guicciardini in het Latijn de bovenstaande beschrijving van  Vrouwenklooster en Oostbroek. In 1612 heeft Blaeu de tekst in het Nederlands uitgegeven.

 

Meer informatie

Dit is de hertaling van de tekst:

Verder staan er niet ver buiten de stad aan twee kanten drie andere gelijksoortige kloosters van geestelijke en ingetreden edelvrouwen, die ook jonkvrouwen worden genoemd. (Het was een goede tijd toen men nog dergelijke heilige dingen deed.) Het eerste heet Tendale [Vredendaal] en gebruikt de regel van Sint Bernard, het tweede Audewijck [Oudwijk] met de orde van Sint Benedictus, het derde is het Vrouwenklooster, dat in een fraai bos bij de Cassye ligt, ook van de orde van Sint Benedictus. In deze kloosters leven de genoemde vrouwen op een godvruchtige manier tot stichting van de mensen.

Niet ver daarvandaan, in een ander heel mooi bos, is er nog een grote abdij met de naam Sint Laurens, dat ook de regel van Benedictus gebruikt. Daar plegen de monniken zo  eenvoudig en streng te leven dat dit klooster, zoals Tritemius schrijft, overal ‘de kerker van de Benedictijnen’ werd genoemd. Tegenwoordig noemt men dit klooster Oostbroeck.

Ludovico Guicciardini (1521 – 1589) noemde zich ‘edelman van Florence’. Hij was een koopman die sinds 1521 in Antwerpen woonde en boeken schreef met een historisch en cartografisch karakter. Zijn bekendste werk is de Beschryvinghe van alle de Nederlanden, anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt, die in 1567 in het Latijn en in 1612 in het Nederlands werd gepubliceerd. Het boek is geïllustreerd met fraaie stadsgezichten en kaarten.

Op Guicciardini’s kaart van Utrecht ligt het gebied rond Oostbroek – De Bilt helaas voorbij het opschrift ‘Trajectum’.

DAB