Hermann Walther von der Dunk was een vermaard Nederlands historicus.  Hij woonde na zijn huwelijk met Gootje Schuurmans Stekhoven aan de Nicolailaan 20 in Bilthoven, waar ze een halve eeuw woonden tot zijn dood op 22 augustus 2018. (Illustratie DAB)

 

Meer informatie

Hij kwam op negenjarige leeftijd met zijn ouders en zus in 1937 vanuit Nazi-Duitsland naar Bilthoven, waar zijn vader, getrouwd met een Joodse vrouw, werk vond aan Kindergemeenschap De Werkplaats. Het gezin Von der Dunk woonde enige tijd in huize Woelwijck aan de Rembrandtlaan en betrok in augustus 1938 een eigen huis in Van der Helstlaan 27.

Hermann von der Dunk werd op 9 oktober 1928 in Bonn geboren. Hij groeide op in een kunstzinnig en liberaal gezin, waar Bildung voorop stond. Hij was zelf ook artistiek begaafd. Hij ging aanvankelijk naar De Werkplaats maar stapte uiteindelijk over naar Het Nieuwe Lyceum aan de Jan Steenlaan, waar hij ook zijn diploma zou behalen. Von der Dunk wilde aanvankelijk operazanger worden, terwijl ook toneel hem trok, maar het werd geschiedenis in Utrecht, waar (naar zijn zeggen) tenminste een hoogleraar doceerde die een boek over Napoleon had geschreven. Die hoogleraar was Pieter Geyl (1887-1966), die in 1946 de studie Napoleon, Voor en tegen in de Franse geschiedschrijving had gepubliceerd. Von der Dunk, die eind jaren veertig aankwam als student geschiedenis, zou in de jaren vijftig kortstondig student-assistent van Geyl worden. Als zijn eigenlijke leermeester zou Von der Dunk echter J.C. Boogman (1917-2001) aanwijzen.

In 1967 werd de toen 39-jarige Von der Dunk, die het jaar ervoor was gepromoveerd op een Duitstalig proefschrift (Der Deutsche Vormärz und Belgien, 1830-1848), benoemd tot hoogleraar in de Geschiedenis van de Twintigste eeuw, zoals zijn officiële leeropdracht luidde. Hij was daarmee de opvolger van de kort daarvoor gestorven hoogleraar C.D.J. Brandt. Als hoogleraar Von der Dunk stond bekend om zijn geweldige hoorcolleges, waarbij zijn artistieke talent hem van pas kwam: hij schroomde niet om historische persoonlijkheden te imiteren en hen zo dichterbij bij zijn studenten te brengen. Zijn talent als historicus was ook ontdekt door NRC Handelsblad, waaraan hij vanaf de jaren zestig decennia lang scherpe en scherpzinnige bijdragen zou leveren, vooral over de verhouding tussen Nederland en Duitsland.

Ook was Von der Dunk menigmaal op televisie te zien, onder meer bij de educatieve omroep Teleac. Maar zijn grootste bekendheid verwierf hij door zijn onuitputtelijke schrijfkracht. Tussen 1967 en 1990, toen hij hoogleraar contemporaine- en later cultuurgeschiedenis werd, schreef hij al vele artikelen en enkele boeken, maar vooral na zijn emeritaat verrijkte hij de wereld met menige studie. Von der Dunk publiceerde over een veelheid van onderwerpen, uiteenlopend van de Tweede Wereldoorlog tot historiografie en geschiedfilosofie. Zijn tweedelige studie De verdwijnende hemel, Over de cultuur van Europa in de twintigste eeuw (2000) wordt algemeen beschouwd als zijn magnum opus. In de herfst van zijn leven publiceerde hij nog een tweedelige autobiografie, waarin hij terugkeek op zijn leven als student maar ook op zijn jonge jaren in Bilthoven.

WB

Literatuur:

Wim Berkelaar, https://wimberkelaar.wordpress.com/2018/09/04/h-w-von-der-dunk-onafhankelijk-en-onverschrokken-historicus-die-steeds-meer-cultuurpessimist-werd/#more-3919

Sander van Walsum, https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hermann-von-der-dunk-1928-2018-was-historicus-met-afkeer-van-het-harde-getal~b6a6e33e/

Jos Palm en Frans Smits, https://www.dbnl.org/tekst/_ons003199601_01/_ons003199601_01_0156.php

Bart Funnekotter, ‘Necrologie Hermann von der Dunk (1928-2018). Historicus Cultuurvorser die met verve vertelde over vroeger’, NRC Handelsblad, 25-26 augustus 2018.