De ‘Verloren Zoon’: naar deze bekende gelijkenis uit het Nieuwe Testament verwijst Van Haestrecht in een laatste brief die we van hem bezitten, van november 1598. (Detail van een schilderij van Cornelis Matsijs uit 1538, Rijksmuseum Amsterdam.)  Deze brief is een uiterst persoonlijke vermaning aan het adres van zijn ‘dwalende’ zoon die kennelijk het ouderlijk huis ontvlucht was. De naam van deze zoon kennen we niet.

 

Meer informatie

 

De brief werd geschreven in het jaar waarin Westbroek door de pest werd bezocht, in 1598. Van Haestrecht junior blijkt daaraan als kind geleden te hebben.

Het schrijven begint met een cynische opmerking over een mantel die de zoon bij zijn vertrek had meegenomen of -gekregen  en vies terug had laten bezorgen. Bij het kledingstuk zat een briefje, waarin de zoon meldde, dat hij naar Hoorn, Enkhuizen en Friesland wilde reizen. Als een soort koopman hield hij zich in leven door de verkoop van spijkers.

In deze brief gaat Van Haestrecht vervolgens in op een tweede epistel van zijn zoon, dat kennelijk daarna in Westbroek arriveerde. Van Haestrecht jr. blijkt inmiddels al snel  weer teruggekeerd te zijn en in Amsterdam te vertoeven. Hij schrijft daar te willen blijven en werken. De ex-pastoor reageerde daarop met de vraag: ‘heb je daarom mijn huis verlaten, tegen alle beloften in?’  De zoon lijkt  afstand  van zijn vader genomen te hebben en niet meer naar Westbroek terug te willen. Er was achter zijn rug door zijn vrienden kwaad over hem gesproken. ‘Wat had hij nog te zoeken in dat dorp van turfstekers?’ Van Haestrecht sr.  reageert daar fel op: dat deze Westbroekse vrienden, anders dan zijn zoon, hard werkten en een eerlijke boterham in het veen verdienden! Junior zou nog nooit een cent hebben bijgedragen aan de huishouding van zijn vader. Hij had zijn geld aan drank verspild. Op school was hij ook de makkelijkste niet geweest. Vol zelfmedelijden verzucht Van Haestrecht sr. dat hij zo zijn best had gedaan. Was hij niet  veel geld kwijt geweest aan een rij onderwijzers  voor zijn zoon? Was junior als kind door zijn moeder niet liefdevol verzorgd toen hij zo ziek was geweest door de pest? De ex-pastoor schrijft bitter, dat zijn zoon nog zou merken hoe goed hij het in Westbroek had gehad, mocht hij over zeven jaar terug willen keren naar de ouderlijke woning. De brief eindigt met de vermaning dat de zoon er voor moet zorgen, op eigen benen te staan, want zijn vader kan hem niet helpen als hij zo ver van huis is.

Men kan de brief lezen door de volgende link aan te klikken: De brief van pastoor van Heastrecht aan zijn zoon.

 

Hierna verdwijnt de figuur van Hendrick van Haestrecht jammer genoeg  in de nevelen van het verleden, meer weten we niet van hem.  De cirkel die we in het eerste document begonnen is rond. Dit is het slot van de reeks stukken uit het archief van Hendrick van Haestrecht. Om de reeks nog een keer te bekijken klikke men DEZE LINK aan.

 

AD