Volgens het Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden (1731) is De Bilt een vruchtbaar stuk land tussen Utrecht en Zeist. Het is zodanig door een brede straatweg met hoge bomen verbonden met Utrecht, dat het wel een voorstad lijkt.

Opmerkelijk vindt de schrijver de kleine St.  Petronellakapel, die vroeger midden in het dorp te zien was, maar die tussen 1620 en 1731 was verdwenen. Ook noemt hij het stenen kruis, dat verwijst naar de doodslag die Walraven van Brederode in 1457 had gepleegd en vertelt hij twee versies van het achterliggende verhaal. Bij de kerk geeft hij een lijst van predikanten. Afbeelding: Het vermakelijke dorp De Bilt by Utrecht nevens het st. Petronellâs kapelletje in den jare 1620, een oudere gravure van Abraham Rademaker die in dit boek is opgenomen.

DAB

 

Literatuur:

M. Brouërius van Nidek R.G., Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden, bestaande in steden, dorpen, sloten, adelyke huysen, kloosters, kerken, godshuysen, poorten en andere voorname stadts- en landtgebouwen, dl. 2 Amsterdam 1731.