In 1837 beschreef de Katwijkse predikant Isak van Harderwijk een fragment van een stuk perkament dat in zijn bezit was gekomen. Het bleek het oudste document uit het in de vroege twaalfde eeuw gestichte klooster St. Laurens in Oostbroek te zijn, uit de late twaalfde eeuw. (Utrechts Archief, inv. 17, Rijsenburg, nr. 396.)

 

Meer informatie

Weliswaar is de stichtingsakte van keizerin Mathilde uit 1122 ouder, maar daarvan bestaat slechts een afschrift van eeuwen later. De afbeelding aan het begin van deze post laat het bovenste deel (links) en het onderste deel (rechts) zien van een strook perkament. Het fragment was bij het binden van een nieuw boek als omslag gebruikt, als schutblad of als opvulling van de band  van een nieuw boek. Het was een deel van een in tweeën gesneden blad perkament, waarvan de bovenste rand was verwijderd. Hieronder kan men de tekst lezen. Het gaat om een vigilie of dodenmis, met de bijbehorende muzieknotatie en om een necrologium, een dodenboek. Dat blijkt uit de andere zijde van het fragment waarop een lijst met namen te zien is van personen die herdacht moesten worden, met hun sterfdata. Die ziet men eveneens onder aan deze post. Genoemd worden onder meer de legendarische stichters van de St. Laurensabdij, de ridders Hermannus en Theodericus de Algo, evenals de eerste abt Ludolfus en de Utrechtse bisschop Godebald. Het fragment kwam na Van Harderwijks overlijden  in handen van N.C. Kist, die het in 1849 beschreef. Voor deze beschrijving klikke men aan: N.C. Kist over het oudste document van Oostbroek.

 

AD

Literatuur:

I.van Harderwijk, ‘Iets over het sterfjaar van Godebold XXIV Bisschop van Utrecht’, in: idem, Geschied- en letterkundige bijdragen (Rotterdam, 1837) 14-19

N.C. Kist, ‘De oudste oorkonde der abdij van Oostbroek’, Nederlandsch Archief voor Kerkelijke Geschiedenis, deel XX (1849) 31-48 (38-40).

 

De tekst met het fragment van de vigilie

De tekst op de andere zijde van het fragment met namen en data van het necrologium