Op 26 januari 1945: Duizenden mensen overal vandaan gaan er op uit om eten machtig te worden, op fietsen zonder banden en lopende met kar of kruiwagen. Er zijn mensen die lopen van Den Haag of Rotterdam naar Friesland en Drenthe enz. Afstanden van dagen en gaan dan onderdak vragen bij boeren, burgers of evacuatiebureaus. (…) er is letterlijk niets meer te koop, alleen nog ruilhandel bestaat er. Bij de bakkers worden bontmantels, zilveren lepeltjes, gouden ringen, wat maar waarde heeft aangeboden voor brood. Aan het woord is mevrouw Van Bodegraven, van wie het dagboek in De Biltse Grift is afgedrukt. (Foto Stichting Oorlogsverhalen)

 

Meer informatie

Ook in onze gemeente heerste de honger en werden hongertochten ondernomen naar het boerenland achter de IJssel. Ook uit De Bilt werden kinderen in veiligheid gebracht in de noordelijke provincies om aan de honger te ontsnappen. Ook in De Bilt bestond een netwerk van gaarkeukens. Vrouwen die voor de Duitsers in ruil voor de schillen aardappels geschild hadden, werden na de oorlog veroordeeld voor collaboratie en vastgezet in Fort De Bilt.

Over de hongertochten in de hongerwinter herinnert Margreet Barkmeijer zich: Mijn vader ging op zijn fiets met massieve banden op weg naar Gelderland en ik geloof ook naar Friesland, om eten te kopen. Zulke ‘hongertochten’ werden door veel mensen gemaakt. Het is haast niet voor te stellen; zulke tochten terwijl hij zelf zo’n honger had. In het begin nam hij van huis wat koffie en thee mee, aangezien hij bij een kantoor werkte dat handelde in deze producten. De boeren ruilden dit graag tegen aardappelen. Toen dat ook opraakte nam hij mijn moeders gouden horloge mee om te ruilen. Het was haar huwelijksgeschenk.  Mijn moeder en vader kochten ook ergens bloembollen en suikerbieten. Die bloembollen werden gebakken in een beetje raapolie of gekookt, maar daar werden we misselijk van. De suikerbieten werden ook gekookt en daar maakten we stroop en een soort pulp van. We gingen zelfs bij mensen bedelen om pulp. ’s Avonds bij een oliepitje zaten we soms rond de tafel te zingen …

Het waren al sterk ondervoede mensen die de hongertochten ondernamen. Een gedetailleerd en beeldend ooggetuigenverslag van een dergelijke hongertocht vanuit De Bilt is te vinden bij de historicus Herman von der Dunk: Op de oude straatweg naar Amersfoort bewoog een ononderbroken stoet door de koude schemerige wintermorgen die het aanzien had van een oudtestamentische tocht naar het land Kanaän door Rembrandt geëtst: alle leeftijden, oud en jong, van moedertjes tot jongens nauwelijks half opgeschoten, velen in rafelige kleren, versleten jassen, kapotte dassen, paardendekens, rare hoofddeksels, petten, mutsen van velerlei vorm, klompen, schoenen met gaten, vreemde laarsjes of lappen en kartonnen zolen om de voeten gewikkeld, duwend achter fietsen, bakfietsen en handkarren met lege tassen, sommigen vanuit Rotterdam al twee of drie dagen onderweg. Allen gingen in oostelijke richting de opkomende winterzon tegemoet die bij Amersfoort langzaam door de rozige mist brak. Daarnaast fietsers op houten banden of gewoon op de nood, kortom: Holland in nood en op pad.

De lange weg naar Apeldoorn, eerst door polderland tot voorbij Voorhouten en dan eindeloos door dennenbossen, was toen aanzienlijk langer dan vandaag en dan kwam nog het open IJssellandschap en de brug bij Deventer.

BS

 

Literatuur:

J.C. Brugman. Bezet en Verzet. De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd. Bilthoven 1993

B. Schut, De Hongerwinter van ’44-’45, in: De Vierklank wo 25 dec 2019