Op 17 juli 1867 werd Jagtlust geveild. Het zou de laatste keer niet zijn (zie ook de posts Jagtlust, en Jagtlust – een inrichting). De catalogus van de veiling in dat jaar geeft een goed beeld hoe het huis en het landgoed er in 1867 uitzagen. (Jagtlust in 1868-1869, Utrechts Archief, nr. 135854.)

 

Meer informatie

Het bij uitstek gunstig aan den Soestdijkerstraatweg gelegen jachtslot genaamd Jagtlust, hebbende een hecht en sterk kapitaal heerenhuis, voor weinige jaren aanmerkelijk vergroot, in normaal-stijl opgebouwd, staande met annexe stal voor 8 paarden, ruim koetshuis en koetsierskamer, op een groot uitgestrekt plein.

Eene breede hardsteenen stoep van vijf trappen, gedekt door een groot balcon van vier kolommen, brengt in eene vestibule, waarvan rechts eene antichambre, eet- kamer en groote keurig ingerichte zaal, waarin eene kostbare witmarmeren schoorsteenmantel met breede consoles en platen: aan de linkerzijde der vestibule eene antichambre en groote koepelkamer met een glazen deurraam onmiddellijk toegang gevende tot de b1oemenkamer of serre, zoodat de zaal en al de voorschreven kamers met de vestibule eene onafgebroken reeks van vertrekken oplevert, geschikt om een groot aantal personen, zonder hinder, te bevatten: aan de achterzijde van dit kapitale Gebouw heeft de witmarmeren bevloerde gang rechts eene kamer, ook met een deurraam onmiddellijk toegang gevende tot do voorschreven bloemenkamer; aan de linkerzijde van dien gang, gaande achter de kamers van de voorzijde (links der vestibule) eene groote bibliotheek-kamer met vijf gesloten dub-belde boekenkasten: in dat gedeelte van den gang, verlicht door een fraai beschilderd glasraam, zijn onderscheiden kasten, waaronder eene tot berging van porceleinen en eene provisiekamer van twee afdeelingen ter zijde van de zaal en daarin toegang hebbende.

Eene zeer gemakkelijke trap leidt naar de bovenverdie- ping, waar aan de voorzijde eene groote zaal en vier kamers, waarvan eene met drie deurramen op het balcon en twee kabinetjes: aan de achterzijde vier logeerkamers en vier kabinetjes, badkamertje en vele kasten zoo in de kamers als op de portalen: al de vertrekken zoo boven als beneden zijn net behangen, geverwd en, met eene enkele uitzondering, allen gestucadoord, de meesten van marmeren schoorsteenmantels, waaronder kostbare, voorzien. De uitzichten van de boven- en benedenkamers, de vestibule en het balcon aan do voorzijde zijn prachtig op het voorplein, met zware beuken- en eikenboomen beplant, over den Soestdijker-straatweg, van ouds de Prinsenlaan, op de bouwlanden en bossschen, aldaar gelegen en tot dit landgoed behoorende; de beide koepelkamers geven, daarenboven, een heerlijk uitzicht op de uitgestrekte koornvelden en, even ale de vertrekken aan de achterzijde op de tuinen en zware bosschen van dit perceel.

Drie groote droogzolders over het geheele huis, dienstbodenkamer met bedsteden en kasten; nog aan de achterzijde, beneden, eene knechtskamer met bedstede, twee keukens met fornuizen, kasten, aanrechtbank, turfkist en pomp, gevende regen- en zeer goed welwater; vijf drooge meest bekluisde kelders tot berging van brandstoffen, provisie en wijnen, waarvan eene ingericht tot mange1- en strijkkamer, zoodat dit aanzienlijk heerenhuis met recht kan gezegd worden te bevatten alle gerieflijkheden en gemakken in een huis van den eersten rang gewoonlijk verlangd en waartoe nog behoort het recht van eigendom tot eene bank in de Hervormde Kerk aan de Bilt.’

Voor het gehele document met onder meer een beschrijving van het hele landgoed, een daarbij horende boerenwoning en een koetsierswoning, het landgoed Meijenhagen, de hofstede Eijkenstein klikke men aan: Jagtlust c.a. in 1867.

AD