Afbeelding van het jachtslot Toutenburg bij Maartensdijk van Frederik Schenck van Toutenburg (1503-1580). Prent van De Beijer uit 1745, Collectie Utrechts Archief. Schenck van Toutenburg was tot de negentiende eeuw de eerste en laatste Utrechts aartsbisschop. Zijn uitvaart was de laatste openbare uiting van katholisme gedurende eeuwen in het Sticht Utrecht.

 

Meer informatie

Schenk van Toutenburg liet een jachtslot bouwen aan de Maartensdijkse dorpsweg bij de Molensteegh, ter hoogte van de Molenweg/Dorpsweg (noordzijde). We lezen daarover in Kraantjes  Craandijks Nieuwe Wandelingen uit 1888:

 Aan het einde van het dorp verandert het landschap van karakter. De grond is er hooger,de veenachtige weiden houden op. Statige beuken omzoomen den weg. Hier beginnen de buitens. Thans zijn er nog twee. Beukenrijk is sedert eenige jaren gesloopt en tegenover de plaats, waar het lag, staat in een weiland een oude, achtkantige duiventoren. Daar stond eertijds het door bisschop Schenk vanToutenburg gestichte jagtslot, dat reeds op’t einde der vorige eeuw werd afgebroken. Op dit huis, zoo verhaalt een plaatselijke overlevering, had in 1673 de maarschalk Luxembourg zijn intrek genomen. Maartensdijk had destijds sauvegarde bekomen. Daar naderen in den nacht Staatsche troepen, om den vijandelijken veldheer te overvallen en op te ligten.Nog intijds gewaarschuwd, ontkomt de maarschalk half gekleed het gevaar. Maar het slot moet het ontgelden en de roode haan kraait boven het dak. Is het huis toen verwoest, dan moet het sedert zijn herbouwd, want in het midden der vorige eeuw was het nog in goeden staat.

Er bestaan twee prenten in het Utrechts archief die aangeven dat het kasteel er nog in 1745 was. In januari bevond zich op de plaats van het kasteel een grote boerderij, waarover we in de Utrechtsche Courant van 23 januari 1822 lezen, dat hij te koop werd aangeboden:

Eene kapitale boerenhofstede, genaamd Toutenburg, met zijn Getimmerte, Boomgaard, Duivenhok, Beplanting en Landerijen, groot 28 bunders, 95 roeden, 32 elten (34 morgen oude maat) zoo bouw- en weiland staande en liggende tegenover [Beukenrijk] […]Alles behalven een Bosch Eik-en Hakhout, en een Laan van opgaande Eiken-, Beuken- en Pappele-Boomen. Percelen zullen afzonderlijk dan in geveild verkocht worden.

AD