Tot de jaren zeventig leerden heel veel vrouwen op een cursus, hoe zij hun eigen kleding konden maken. Op de foto zien we de dames van de Singer Knipcursus in Maartensdijk in het jaar 1930.  (Foto Collectie Miedema) Ook in andere dorpen van De Bilt werden cursussen gegeven. Hoewel er hier en daar nog wel naaicursussen bestaan, is het aantal daarvan sterk afgenomen.

 

Meer informatie

Kleding, ook confectiekleding, was vroeger voor de meeste gezinnen behoorlijk duur. Daarom maakten veel huisvrouwen zelf kleren. Met name dameskleding en kinderkleding knipten en naaiden ze zelf. De kleren van oudere kinderen werden vermaakt en aan jongere kinderen doorgegeven om te worden afgedragen. Je moest het allemaal wel eerst leren.

Het was voordelig om zelf kleren te maken en veel vrouwen en meisjes hadden plezier in het maken van hun eigen kleding. Dames die het konden betalen,  hadden ook wel een naaister aan huis. Sommige vrouwen maakten daarvan een beroep.

Kleding ging vroeger langer mee, maar het vereiste wel veel onderhoud. Vrouwen hadden een verstelmand of naaimandje, waarin ze kleren legden waaraan iets mis was. Daarin lagen vaak pyjama’s en onderbroeken waarvan het elastiek kapot was, beha’s waarvan de kanten randjes los waren geraakt en kleren met kapotte naden of ontbrekende knopen. Er  waren vooral veel kapotte sokken die met de hand gestopt moesten worden.

De Singer Corporation kreeg na de vestiging in 1851 al snel een aanzienlijke marktpositie op het gebied van naaimachines. Bekend werd het logo, een grote, rode letter ‘S’.  De dichter Paul van Ostaijen schreef een ode aan Singer:

Slinger Singer naaimasjien

Hoort hoort Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht

In 1927 begon het bedrijf met opleidingen, waar vrouwen leerden hun eigen kleren te maken. Dat deed Singer natuurlijk om de verkoop van naaimachines te stimuleren.

In Nederland waren de cursussen bekend van Ida de Leeuw-van Rees, die directrice van een modevakschool was. Vanaf 1926 gaf zij een cursus op de AVRO radio, die zeer populair werd. In 1932 had zij al meer dan 30.000 cursisten. Tijdens de oorlog ontsloeg de omroep haar, vermoedelijk omdat zij van Joodse afkomst was, maat later nam men haar weer in dienst. Haar laatste les op de radio gaf ze in 1963.

Enkele decennia na de oorlog werd confectiekleding relatief goedkoop door de wereldwijde organisatie van het productieproces.  Katoen bijvoorbeeld wordt vooral verbouwd in China en de VS. De stof wordt echter vaak in een ander land geweven en geverfd en in nog een ander werelddeel gesneden en gestikt.  In lagelonenlanden verdienenden arbeiders, soms nog heel jonge mensen, een hongerloon. Zo kan het gebeuren dat je spijkerbroek meer landen heeft bezocht dan je zelf. Dat leidt vreemd genoeg tot een lagere prijs.

Het lijkt daardoor tegenwoordig makkelijker om kleding niet te verstellen en zeker niet zelf te maken, maar goedkope nieuwe kleren te kopen. Relatief nieuwe kleding doet men vaak na een paar keer dragen weg.  Aan het zelf maken van kleding komen nog maar weinig Nederlanders toe.

DAB

 

Literatuur:

A. van Bergen, Gouden jaren, hoe ons leven in een halve eeuw onvoorstelbaar veranderd is, Amsterdam 2014.

Wikipedia, Singer Corporation.

Wiki Beeld en Geluid, Ida de Leeuw-van Rees.

R. Miedema, Groenekan, Hollandsche Rading, Maartensdijk en Westbroek “in oude prentbriefkaarten”, Bilthoven 2008.