Ouderen herinneren zich nog het zakje blauwsel dat moeder vroeger door de laatste spoeling van de was deed. Het ‘zakje blauw’ was bedoeld om de witte was witter te laten lijken. Het kwam gewoonlijk van de firma Reckitt die in De Bilt gevestigd was. Hierboven: nogal intimiderende reclames voor het product uit 1950 in de Margriet en de Beatrijs. Er werd een hele reeks advertenties met het hoofd van juffrouw de Wit ontworpen.

 

Meer informatie

Al in de zeventiende eeuw voegde men blauwsel toe om een stralend witte was te krijgen. Men gebruikte hiervoor de kleurstof kobaltblauw die werd gewonnen uit smalt, een mineraal mengsel dat vooral uit Saksen kwam. Kobaltblauw was nogal duur.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw schakelde men over op ultramarijn blauw, dat goedkoper was en massaal geproduceerd werd. Dat werd ook toegepast om schrijfpapier en suiker een wittere tint te geven. Omdat het insecten op afstand hield, werd ultramarijn ook gebruikt om de woonruimtes en stallen in boerderijen te verven.

Er waren in Nederland verschillende blauwselfabrieken, met name in de Zaanstreek en in Zuid-Holland. Het blauwsel kwam na 1935 vooral van handelsmaatschappij Reckitt en Coleman aan de Utrechtseweg 336 – 338 in De Bilt, een vestiging van een Engels bedrijf op de plek waar later Hessings autobedrijf kwam. In de reclamecampagne speelde Reckitt in op het schaamtegevoel van vrouwen die de gelige tint niet uit het wasgoed aan de waslijn konden krijgen.

Modernere wasmiddelen zoals Omo en Radion werkten met enzymen en bleekmiddelen waardoor de was schoner werd. Zij verdrongen het zakje blauw, maar ook in de nieuwe wasmiddelen werden nog optische bleekmiddelen toegepast.

DAB