In 1836 vielen wethouders van De Bilt een huis binnen waar ‘oefenaars’ een godsdienstoefening in huiselijke kring hielden. Deze Biltenaren waren ontevreden met de ideeën en de organisatie van de Nederlandse Hervormde Kerk. Afbeelding: Op het schilderij Een stichtelijk uurtje schilderde Hendrik Valkenburg in 1883 een bijeenkomst van oefenaars.

 

Meer informatie

In 1816 werd de gereformeerde staatskerk omgedoopt tot de Nederlandse Hervormde Kerk. Voortaan werden de dominees niet meer benoemd door de lagere organen van de kerk maar door de top, waarvan de koning nu het hoofd was. Intussen waren volgens sommigen ook ‘moderne’ ideeën van de Verlichting en de Franse revolutie in de kerk doorgedrongen.

Vele gelovigen die zich daaraan stoorden, gingen niet meer naar de kerk en hielden diensten in de huiselijke kring. Dit waren de zogeheten oefenaars. Bij Koninklijk Besluit van 5 juli 1836 werden dergelijke bijeenkomsten verboden als het om meer dan twintig personen ging. Van de oefenaars bleven sommigen lid van de kerk, maar anderen scheidden zich onder leiding van dominee H. de Cock al in 1834 af tot een nieuw kerkgenootschap. Na 1845 emigreerde een deel van de afgescheidenen naar de Verenigde Staten. Anderen vormden later de gereformeerde kerken.

Op 18 september 1836 vielen twee Biltse assessoren (wethouders) samen met een gerechtsdienaar en een veldwachter het huis binnen van Hermanus van Veenendaal aan de Akker. Daar vond een godsdienstige bijeenkomst plaats onder leiding van een behanger uit Utrecht die Klijn heette. Er waren tussen vijftig en zestig aanwezigen, onder wie een melkverkoper uit Utrecht en een landbouwer uit Maartensdijk.

Wethouder Mulder sommeerde de aanwezigen twee keer om naar huis te gaan, maar ze weigerden. De gezagsdragers waren met te weinig mannen om geweld te kunnen gebruiken en zij dropen af, maar ze maakten wel een proces verbaal op. De burgemeester vroeg aan de minister van justitie om militaire bijstand.

De volgende zondag verscheen er in De Bilt een detachement soldaten. Het gemeentebestuur keek bij verschillende woningen door de ruiten, maar het kon alleen maar twee bijeenkomsten vaststellen waar respectievelijk acht en veertien personen aanwezig waren.

Hermanus Veenendaal kreeg wel een boete opgelegd van vijfentwintig gulden, maar in hoger beroep sprak de rechter hem vrij. In 1847 emigreerde hij met zijn vrouw en acht kinderen naar de Verenigde Staten. Drie gezinnen uit De Bilt gingen met hem mee.

DAB

 

Literatuur:

J. van der Heijden, Een ernstige overtreding, in: De Biltse Grift maart 2011.

C.L. Schneider, De kleine kerk van De Bilt, De Bilt 1987.