Aan het einde van de oorlog verstopten jongemannen zich soms in deze grafkelder op de begraafplaats bij de Nederlands Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat in De Bilt. (Foto DAB)

In 1944 hadden de Duitsers grote behoefte aan mannen die graafwerkzaamheden konden verrichten. Er werd een nieuwe Grebbelinie aangelegd tegen de komst van de Geallieerden en er moesten loopgraven worden gegraven. Bij het station in Bilthoven werden mannen gedwongen om de bomtrechters langs de spoorlijn dicht te gooien. Anderen moesten in Duitsland in de oorlogsindustrie werken.

De bezetter verspreidde huis aan huis bevelen om zich te melden bij Hotel Nas of op de hoek van de Vuursesteeg. Ook personen met een Ausweis waren niet vrijgesteld. Net als elders in het land verstopten mannen zich om dit gedwongen werk niet te hoeven doen.

Sommigen doken onder in het klooster aan de Burgemeester de Withstraat. Zuster Geraldine had daarvoor gezorgd, hoewel de moeder-overste er toch moeite mee had dat er mannen in een nonnenklooster waren ondergedoken. J. C. Bosch vertelde dat hij zich soms samen met anderen verschuilde in de grote grafkelder van de familie Steengracht van Oostcapelle. Deze familie woonde op Beerschoten van 1820 tot 1960. Daar legden de mannen dan bij kaarslicht een kaartje.

DAB

 

Literatuur:

J.C. Brugman, Bezet en verzet, De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd, Bilthoven 1993.