De Biltse Dorpsstraat heette vroeger Steenstraat en is een van de oudste verharde wegen buiten een stad in Nederland. De huidige Biltse Dorpsstraat heeft als toevoeging ‘vanouds Steenstraat’. Afgebeeld is het straatbordje. (Foto AD)

 

Meer informatie

Waar waterwegen ontbraken of niet altijd bevaarbaar waren, moest men over land reizen. De huidige Utrechtseweg in Utrecht en De Bilt was van oudsher onderdeel van de handelsweg die het bisdom Utrecht verbond met het bisdom Keulen en die werd aangeduid als via regia (koningsweg). Het traject Utrecht-De Bilt, ooit Steenstraat geheten, vormde de eerste verharde interlokale weg van Nederland. Deze straatweg werd omstreeks 1290 aangelegd en was met veldkeien geplaveid. In een oorkonde van 20 juni 1290 gaf bisschop Jan van Nassau de burgers van Utrecht het recht om tol te heffen tijdens de aanleg.

In 1433 was de weg tot aan het schoutshuis van De Bilt bestraat, wat men kan concluderen uit een bepaling van dat jaar waarin het verboden werd om met ijzer beslagenwielen over deze weg te rijden. Daarop stond een boete van vijf pond per wiel, een flink bedrag. De inwoners van de dorpen in de omgeving werden later verplicht om mee te helpen bij het onderhoud van deze Steenstraat. In een stuk van 14 juni 1521 worden de volgende dorpen genoemd: ‘die Bilt, Zeyst, Driebergen, Doern, Derthusen, Heess, Oestveen,d’Afterweteringe ende Sunte Mertynsdijck’. Deze dorpen werd gelast ‘om elcx enen dach te helpen’.

De Steenstraat maakte deel uit van een wegensysteem van en naar Utrecht. De verkeersas Utrecht-Keulen was daar een belangrijk onderdeel van. Dat was een drukke verbinding: het bisdom Utrecht viel niet voor niets onder het aartsbisdom Keulen.

(AD)

Bron: A. Doedens, Geschiedenis van Utrecht, De Canon van het Utrechts Verleden (Zutphen 2013)

 

Foto: De Bilt in de vroege 20e eeuw. Collectie Regionaal Historisch Centrum Breukelen.