Afgebeeld is het voorblad van De Nederlandsche Stad- en Dorpsbeschrijver  (III) uit 1795. Deze post de eerste van een reeks bijdragen met plaats- en reisbeschrijvingen waarin de kernen van onze gemeente voorkomen.

 

Meer informatie

De tekst hieronder stamt uit het genoemde werk dat in acht delen van 1793 tot 1801 in Amsterdam verscheen, als eerste samengesteld door de broodschrijver Lieve van Ollefen (1743-1816).

 

We lezen in deze plaatsbeschrijving over de grens tussen het Gooi en het Sticht Utrecht:

‘[dat die wordt gevormd door]  eene rechte lijn, van den Leeuwenpaal af op de St. Maartens of Domstoren van Utrecht [loopt] […] [De grens wordt verder aangegeven] door  verscheidene paalen, waarop aan den eenen kant het Hollandsche, en aan de andere het Stichtsche wapen staat, tot aan den hoek bij de Drie Steenen, aan Maartensdijk, alwaar dezelve een hoek maakt, en westwaards  voord loopt. […] Hier grenst Gooiland […] tegen een gedeelte van Agttienhoven, Westbroek, en een gedeelte van Tienhoven’.

Een zeer bekende vroeg negentiende-eeuwse-reisbeschrijving is die van Jacob van Lennep die wandelend door Nederland trok, uitgegeven in 1823. We lezen daarin:

‘’s Morgens te half zeven waren wij reeds aan ’t wandelen […] Na langs een vaart een uur en langs eene heide een uur gewandeld te hebben, kwamen wij in een dennebosch [bij het latere Bilthoven], waar ons neef Fr. van de Poll achterop reed in eene chaise en ons zeide dat wij vlak bij Jachtlust waren. […]  De weg naar de Bildt was zeer lief, die naar Utrecht beviel mij minder als zijnde die te open en eentoonig.’

 

Voor meer informatie over Van Lennep en de Bilt klikke men deze link, met een artikel elders op deze site over dit onderwerp, aan.

In de loop van de negentiende eeuw ontwikkelde het genre zich in werken als  uitgebreide, becommentarieerde wandelroutes (in de negentiende eeuw) en informatieve fietstochten (vroege twintigste eeuw.) Dat geldt bv. voor de  A.N.W.B. uitgaven van 1905-1908 die de fietser ten dienst moesten zijn.

De beschrijvingen weerspiegelen de opkomst van het toerisme en de groeiende belangstelling voor natuur- en cultuurhistorie. Naarmate de vervoersmogelijkheden door spoorweg,  fiets en automobiel groeiden, werd het reizen naar aangename plaatsen bevorderd. Steeds meer werden wandelen, fietsen en reizen van een bezigheid voor de meer welgestelden tot toerisme voor de massa.

 

AD

 

Over toerisme in Nederland in de 17e en achttiende eeuw in Geschiedenismagazine, via deze link. Meer over massatoerisme vindt men op de site van het Historisch Nieuwsblad, via deze link.