In de Laagte van Pijnenburg, tussen Maartensdijk en Baarn ligt een aantal buitenplaatsen. De grond is er vruchtbaarder en vochtrijker dan op de Utrechtse Heuvelrug zelf en biedt de mogelijkheid er een gevarieerd landschap van te maken, rijk aan vogels, wild en fraaie loofbomen. Een van deze landgoederen is Rovérestein. Het landgoed kreeg zijn huidige vorm in de negentiende eeuw, toen het door verkoop afgesplitst werd van het meer westelijk gelegen landgoed Eyckenstein. Afbeelding: Rovérestein omstreeks 1910 (Collectie Utrechts Archief).

 

Meer informatie

Na de dood van Frans Nicolaas Marius Eyck van Zuylichem in 1876 heeft Nicolaas Laurens Burman Eyck tot Zuylichem een deel van het landgoed Eyckenstein aangekocht. Als burgemeester van Maartensdijk mocht hij niet op het grondgebied van de gemeente De Bilt wonen en daarom vestigde hij zich voorlopig op het landhuis Rustenhoven.

In de jaren 1885-1889 ging Burman Eyck tot Zuylichem zijn nieuw verworven bezit inrichten. Hij gaf het de naam Rovérestein (rovere is Italiaans voor zomereik) en gaf de Utrechtse architect Ferdinand Jacobus Nieuwenhuis (1848-1919) opdracht om een buitenhuis en een koetshuis te ontwerpen in neorenaissancestijl. Het geheel, thans rijksmonument, is in de loop van de tijd weinig veranderd. Het park, thans ongeveer 8 hectare, werd aangelegd door de landschapsarchitect Leonard Anthonij Springer.

Na het overlijden van Eyck tot Zuylichem in 1912 kwam het landgoed in handen van het echtpaar Pieter Adolf van Oosterwijk Bruyn en Antoinette Sara Carolina van Rapperd. Van Oosterwijk opende in 1936 in de bij het landgoed horende Mauritshoeve een theeschenkerij, die nog altijd in gebruik is.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitse bezetters het landgoed en na de bevrijding in 1945 namen de Canadese soldaten er hun intrek. In de jaren 1946-1947 kreeg een groep uit de Oekraïne gevluchte Doopsgezinden onderdak in het landhuis. Zij beriepen zich erop, van Nederlandse kom af te zijn en in de achttiende eeuw naar Rusland te zijn geëmigreerd. De Oekraïners hadden in de Tweede Wereldoorlog op ruime schaal met de Duisters gecollaboreerd en waren met de Duitse troepen mee naar het Westen gevlucht. In 1947 vertrokken de meesten naar Paraguay.

Het landgoed kreeg nu de functie van internaat voor meisjes en het gebouw kwam in handen van de rijksoverheid. Vanaf 1992 kwam het landgoed weer in particuliere handen. De nieuwe eigenares werd mevrouw mr. Louisa X.M. van Beuningen. Zij herstelde het landgoed in oude luister en maakte van het koetshuis een kantoorruimte.

PvH

 

Literatuur:

1917-2017. Honderd jaar Bilthoven, onder redactie van Wim Krommenhoek en Leo van Vlodorp. (Historische Kring ‘d Oude School, De Bilt 2017) p. 215-224.

Filmpje over Rovérestein op Youtube