In ieder geval vanaf 1440 boterde het niet tussen het klooster Oostbroek enerzijds  en anderzijds de inwoners van Oostveen (het grootste deel van het gebied van de latere gemeente Maartensdijk voor 1953)  en hun overheid, de deken en het kapittel van de Domkerk (het kerkbestuur). In 1466 werd de twist na bemiddeling vanwege de Utrechtse bisschop David van Bourgondië bijgelegd. Afgebeeld is de rode koorkap van de bisschop met een goudbrokaten granaatappel- en distelpatroon en afbeeldingen van Jonas en Samson en de Verrijzenis. (Museum Catharijneconvent Utrecht.)

 

Meer informatie

Het hieronder getoonde charter (oorkonde) van 4 november 1466 legde de overeenkomst vast. Het was het exemplaar dat aan de ‘buurlieden’ (inwoners) van Oostveen ter beschikking werd gesteld. De onenigheden waren er al veel langer. Zo liet de abt in of kort voor 1440 een dam in Oostveen weghalen en vervangen door een andere elders in het gebied, bij de ‘Nye Min’. Op die manier raakte de abdij wel water kwijt, maar kwam er wateroverlast voor de Oostveners. Ook had de abt zich illegaal het recht van schouwing (inspectie) in Oostveen aangematigd. Problemen over de waterafvoer van Oostbroek via Oostveen duurden voort totdat de bisschop een bemiddelaar aanstelde, Johannes van Sluys, pastoor van de Nieuwe Kerk in Delft, die in mei 1466 uitspraak deed. Het hier getoonde stuk van 4 november 1466 is kennelijk een gevolg van die uitspraak. Er moesten drie duikers komen in de Bisschopswetering (die nu nog voor een deel in Groenekan te zien is, lopend langs de Groenekanseweg). Een duiker is een ondergrondse verbinding tussen twee stukken water. Die moesten betaald worden door  het domkapittel. De abt moet daarvoor een goede eikenboom leveren. Als er een of meerdere duikers gerepareerd of vervangen moesten worden, was de abt weer gehouden het goede eikenhout te leveren. U kunt de transcriptie van dit charter lezen, door aan te klikken: Overeenkomst van 1466 voor de buurlieden van Oostveen

AD

Bron: Utrechts Archief. Domkapittel (216), nr. 3755 (4 november 1466); idem, nr. 3753 (1440); idem, nr. 3754.