Tijdens een reeks brutale inbraken kort na elkaar in 1912 in De Bilt ontvreemdden de dieven zilveren bestek, een fiets en kaas. Een politiehond kon het spoor maar gedeeltelijk volgen. Foto: Op pad met de politiehond 1923 (Stadsarchief Amsterdam).

Meer informatie

In de nacht van 23 op 24 mei 1912 braken dieven binnen in villa Berkenhoven in De Bilt. De villa stond op de plek waar nu een kantoorgebouw op  het adres Utrechtseweg 2 is. Hij  was in 1835 gebouwd door Godert baron Van der Capellen, maar intussen was het huis, dat ook Klein Vollenhoven werd genoemd, gesloopt en opnieuw opgebouwd. De eigenaar was Marinus van Marwijk Kooy.

De inbrekers verschaften zich toegang door een tuimelraam. Ze zochten de hele benedenverdieping af en gebruikten boren om afgesloten kasten en bureaus open te maken. Een antiek schrijfbureau werd bijna geheel vernield. Toch moeten ze erg stil te werk zijn gegaan, want op de bovenverdieping sliepen zeven mensen en die hoorden niets.

De politie vermoedde achteraf dat de inbrekers van een geluid geschrokken zijn, omdat zij alleen tafelzilver meenamen. De daders lieten wel een briefje achter waarop zij in stevige letters hadden geschreven: In het vervolg wat meer gereed leggen mijnheer Baron. Adieu. Trio. En de deur van de brandkast openlaten.

De politie verdacht twee personen die agenten een dag eerder hadden ondervraagd, een lange en een korte man. De langste droeg een grote, blonde snor en een blauw colbertkostuum met een jockeypet. De korte droeg een lichtgekleurde pet (en vermoedelijk nog meer, maar dat stond niet in het signalement). Een dag tevoren had de politie wegens verdacht gedrag twee mannen staande gehouden, van wie de ene beweerde dat hij WE. Kelderman heette en 37 jaar oud was. De andere heette naar zijn zeggen J. Neuteboom en was 51 jaar. Allebei kwamen ze uit Amsterdam, zeiden ze. Merkwaardig was dat Kelderman, die stotterde, twee kostuums over elkaar aanhad. Later concludeerde de politie dat het ging om Wietse van der Merk, die bij de politie bekend was, terwijl zijn metgezel inderdaad Neuteboom heette. De burgemeester van De Bilt, baron Van Heemstra, vroeg om opsporing en voorgeleiding van deze twee mannen.

Enkele dagen daarna vond er opnieuw een inbraak plaats in een huis dat aan de Utrechtseweg lag. De brutale inbreker drukte een ruit in en deed zich binnen te goed aan een glas melk en een boterham met kaas. Hij was blijkbaar dol op kaas want uit de kelder nam hij later twee kazen mee. Vervolgens ging hij naar de paardenstal, waar hij van de zolder een fiets meenam van het merk Simplex.

De politie werd pas laat gewaarschuwd, maar zodra de melding binnenkwam, ging de chef veldwachter met zijn politiehond Roland op pad. De schrandere hond gaf precies aan, welke weg de dief had genomen: hij sprong door het tuimelraam naar binnen en liep in volgorde door alle vertrekkenwaar de dader geweest was. In de stal kroop hij door een ruif naar de zolderverdieping en vervolgens naar de kelder. Op de Utrechtseweg verloor hij het spoor omdat de inbreker daar op de gestolen fiets was gestapt.

Op 18 juli van datzelfde jaar werd er ingebroken in Klein Beerschoten aan de Holle Bilt. Om zes uur de volgende morgen merkte een arbeider dat er iets mis was. De daders waren aan de achterkant binnengekomen, hadden de kamers onderzocht en waren vertrokken door de voordeur, waarvan de sleutel voor het grijpen lag. Omdat de bewoners afwezig waren, was het volgens de krant moeilijk vast te stellen, wat er gestolen was.

DAB

 

Literatuur:

De Graafschapbode 29 05 1912, Het Vaderland 30 05 1912, Het Nieuws van de Dag 4 juni 1912, Het Centrum 15 juni 1912, De Sumatrapost 27 juni 1912, De Tijd 20 07 1912.