In 1943 kreeg De Bilt een burgemeester die lid was van de NSB. Hij heeft die functie bijna twee jaar waargenomen. Cornelis van Ravenswaay was al burgemeester van Utrecht. De foto van een onbekende fotograaf toont Van Ravenswaay aan het werk in de gevangeniskeuken.

 

Meer informatie

Sinds 1942 waren de gemeenteraden in ons land buiten werking gesteld. Wethouders hadden alleen een adviserende functie. De meeste zittende burgemeesters bleven wel functioneren. De bezetter benoemde aanvankelijk weinig burgemeesters die lid waren van de NSB, maar vanaf de Februaristaking in 1941 en vooral na juni 1942 werden vrij wat burgemeesters vervangen door leden van de NSB. Op 14 mei besloot Seyss-Inquart, de Biltse burgemeester Van der Borch te ontslaan en Van Ravenswaay als plaatsvervangend burgemeester te benoemen. Hij zou die functie tot het einde van de oorlog bekleden.

Cornelis van Ravenswaay (1897 – 1955) werkte voor de oorlog bij verschillende bedrijven als procuratiehouder. Bij de mobilisatie in 1939 meldde hij zich vrijwillig als reserveofficier. In mei 1940 diende hij als kapitein in het Nederlandse leger en arresteerde hij nota bene nog een paar NSB’ers. Hij was teleurgesteld over de nederlaag van het Nederlandse leger en wilde carrière maken, bij voorkeur als burgemeester. Toen SS-generaal Rauter hem vertelde dat zijn kansen als lid van de NSB aanzienlijk groter waren, meldde hij zich als lid van die beweging. Hij werd meteen een erg fanatiek lid.

Omdat de bevolking van Zaandam zeer actief had deelgenomen aan de Februaristaking, ontsloeg de bezetter het college van B en W en de gemeenteraad. Het gezag kwam geheel in handen van de nieuwe burgemeester Van Ravenswaay. Hij trad zeer rigoureus op: hij verving ambtenaren door NSB’ers en liet gemeentelijke aankopen en aanbestedingen bij voorkeur bij aanhangers van Mussert doen.

In maart 1942 ontsloeg Seyss-Inquart burgemeester ter Pelkwijk van Utrecht en verving hem door Van Ravenswaay. Die zette daar zijn radicale beleid uit Zaandam voort. De nieuwe burgemeester deed felle nazistische uitspraken. Op 7 juni 1943 werd hij daarnaast op zijn eigen aandringen benoemd als waarnemend burgemeester van De Bilt.

Bij de kennismaking pleitte Van Ravenswaay voor een goede samenwerking tussen de wethouders van De Bilt en die van Utrecht. In tegenstelling tot zijn optreden in Zaandam en Utrecht was de houding van de nieuwe burgemeester in De Bilt uiterst gematigd. In De Bilt werden niet op grote schaal ambtenaren ontslagen. Portretten van Hitler en Mussert werden niet in de raadzaal opgehangen. Plannen van Van Ravenswaay om aankopen en bestedingen van de gemeente bij te sturen, liet hij later weer vallen.

Gemeentesecretaris Damsté probeerde op te komen voor de Biltse belangen en hij had daarbij enig succes. De Duitse Weermacht vorderde in september 1943 het gemeentehuis Jagtlust. Van Ravenswaay besloot de ambtelijke diensten te verhuizen naar het Utrechtse stadhuis, maar Damsté wist hem te overtuigen dat dit te ingewikkeld en te kostbaar was. De ambtenaren werden ondergebracht in de Oranje Nassauschool.

In 1944 maakte de burgemeester zijn voornemen bekend dat de Bilt door Utrecht zou worden geannexeerd. Mussert echter wees dat plan af en het ging niet door. Jan van der Heijden, die de zaak heeft onderzocht, meent dat de gematigde houding van Van Ravenswaay was bedoeld om de annexatie voor te bereiden.

Na de invasie in Normandië vluchtten veel NSB’ers naar Duitsland. Van Ravenswaay kampeerde tijdelijk in het Utrechtse stadhuis en later verbleef hij enige tijd in het huis van de NSB-directeur van de PEGUS. Daar werd hij op 9 mei 1945 gearresteerd nadat men zijn dienstfiets buiten had zien staan. Hij werd veroordeeld tot elf jaar cel en kwam in 1952 voorwaardelijk vrij. Op 3 september 1955 is hij overleden.

DAB

Literatuur:

J. van der Heijden, Cornelis van Ravenswaay, waarnemend burgemeester van De Bilt, 1943-1945, in: De Biltse Grift 2004.