Willen Jan Both Hendriksen (1780 – 1853) was een zeer vermogende rentenier die zich de luxe kon veroorloven om alleen werkzaamheden te verrichten die zijn interesse hadden. In 1817, na de dood van zijn vader, betrok hij Sandwijck dat van 1817 tot zijn dood in 1853 het zomerverblijf zou zijn. Hoewel er geen bijzondere wapenfeiten over zijn leven zijn te vermelden, willen wij Both Hendriksen presenteren als voorbeeld van een levenswijze van een zeer gefortuneerd man in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het portret van Both Hendriksen is gemaakt in 1837 door Jan Adam Kruseman. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

 

Meer informatie

Willem Jan Both Hendriksen werd in 1780 in Amersfoort geboren als zoon van Jan Hendriksen en Hendrika Ameshof. Deze Jan was  raadsheer van het gerechtshof van het departement Utrecht en later president van het hof. In 1807 kocht hij het landgoed Sandwijck en hij had vanaf 1815 zitting in de Provinciale Staten. In 1817 werd hij curator van de Utrechtse Universiteit.

Na het overlijden van zijn vader was Willem Jan een zeer vermogend man. Hij bezat nu naast Sandwijck ook diverse hofsteden en landhuizen. Verder had hij meerdere malen grond aangekocht zoals bospercelen bij Amerongen. Bovendien bezat hij veel aandelen en andere waardepapieren. In de zomermaanden bewoonde hij Sandwijck, waar een stoet aan personeel hem ten dienste stond zoals kamermeisjes, tuinbazen, keukenpersoneel, koetsiers en anderen. ’s Winters bewoonde hij een groot huis aan het Janskerkhof in Utrecht op de hoek met de Drift. Zoals gebruikelijk in die tijd had hij uitsluitend omgang met leden van de eigen stand, met wie hij vaak door familierelaties verbonden was. Met de plaatselijke bevolking had hij geen enkel contact. Dat hij Oranjegezind was, blijkt uit het feit dat hij te gast was bij een diner ter ere van het bezoek van koning Willem III, die hem eerder had benoemd tot lid van de Provinciale Staten.

In de persoonlijke sfeer was Willem Jan minder fortuinlijk. In 1804 trouwde hij met de zes jaar jongere Elisabeth Charlotte Winter die hem twee dochters schonk, maar toen sloeg het noodlot toe. Kort na de geboorte van de tweede dochter stierf Elisabeth, 25 jaar oud. Willem Jan zou nooit meer hertrouwen. Ook de oudste dochter was geen lang leven beschoren; zij stierf in 1832 op nog geen 28-jarige leeftijd, twee zoontjes achterlatend

Toen de overgebleven dochter Elisabeth 22 jaar was geworden schrijft Willem Jan haar een brief waarin hij vertelde, wie er de laatste jaren naar haar hand hadden gedongen. Uitvoerig legde hij uit waarom hij niet was ingegaan op de aanzoeken van deze heren. In 1835, Elisabeth was toen 26 jaar, trouwde zij met Christiaan Willem van Boetzelaer, een partij die vaders goedkeuring wel kon wegdragen.                              Zowel in zijn huis op het Janskerkhof als op Sandwijck hield hij regelmatig soirees, waar verschillende bekende mensen lezingen hielden en  waar men over allerlei zaken van gedachten wisselde. Ook was Both Hendriksen bestuurslid van het Utrechts Bijbelgenootschap en de Maatschappij ter bevordering van het godsdienstig onderwijs onder slaven en andere heidense volkeren in de kolonie Suriname. Met zijn buurman van Sluishoef, Willem Hendrik de Heus, verliep het contact minder vlot. Deze had een rosmolen op zijn terrein geplaatst die nogal luidruchtig was en die Both Hendriksen stoorde bij zijn wandelingen over zijn landgoed.

Als vader was Willem Jan nauw betrokken bij de intellectuele ontwikkeling van zijn overgebleven dochter Elisabeth. Dit deed hij met name door haar mee te nemen op reis; ze bezochten zowel buitenplaatsen van bevriende families als kunstcollecties, armen- en weeshuizen, de veenkoloniën, een gevangenis en de Staten Generaal. In 1829 gingen ze naar het buitenland: via Antwerpen en Brussel naar Waterloo, waar Willem II had bijgedragen aan de val van Napoleon, en via Dinant naar Aken waar het graf van Karel de Grote werd bezocht.

In 1853, hij was toen 73 jaar, stierf Both Hendriksen vrij plotseling, Hij werd bijgezet in de rotonde van Zocher op de begraafplaats Soestbergen in Utrecht, de grafheuvel waar vele notabelen hun laatste rustplaats vonden. Zijn vriend Nicolaas Beets sprak bij het open graf. De schoonzoons erfden Sandwijk en het huis op het Janskerkhof.

W.K.

 

Literatuur:

W. Krommenhoek: Een heer van stand, Willem Jan Both Hendriksen, bewoner van Sandwijck, in: De Biltse Grift, maart 2018.

Utrechts Archief, serie Trajecten door Utrecht, deel vier: Levensverhalen, 2000.