In 1652 verkocht Jasper van Lynden ‘sekere parthijen ofte ackers lants metten boomgaert ende alle plantagien streckende van de oude tot de nieuwe weteringe toe’ aan het Utrechtse Statenlid Justus Borre van Amerongen. Op deze uitsnede uit een kaart van 1660 ziet men dat op dit perceel toen al een groot huis stond. [Utrechts Archief, TA 275).
De oude Wetering is de Bisschopswetering die langs de Groenekanseweg loopt. In 1725 werden huis en landgoed gekocht door Jacob Martens. Zijn weduwe en zoon breidden het landgoed nadien fors uit. In 1752 lezen we dat de buitenplaats bestond uit ‘seekere Heere Hofstede met syn tuynmanswoning […], allees [brede lanen] […] en moeshooven; [er] syn blauwe hardstene en ijsere hekken staande op de brug voor aan de weg; [er is […] [een] stenen muur om de moeshoven en [er] syn vyvers en verdere plantages’. Het ging om bijna 16 hectaren. In 1781 kocht Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken het landgoed van de erven Martens. Hij betaalde daar een fors bedrag voor: 27.510 gulden. Het honderdvoudige aan koopkracht in euro’s nu, toen een kapitaal. In het notariële stuk ter zake wordt de buitenplaats voor het eerst Bosch en Hoven genoemd. In 1791 verkocht Reinouts weduwe het buiten, waarop inmiddels een boerderij stond, aan de Utrechtse stadsraad Willem Testas. De prijs was inmiddels met tienduizend gulden gestegen tot 37.000 gulden. Bij de verkoop veertien jaar later, schoot Testas er 14.000 gulden bij in: de prijs was gedaald tot 23.000 gulden. Waarschijnlijk heeft de economische malaise van de Bataafse Tijd daaraan meegeholpen. Koper was Anthonij Luden. De initialen A.L. van dit lid van een in de Republiek rijk geworden familie uit Noorwegen zijn nog altijd te lezen op de grenspaaltjes naast de inrit van de hiervoor genoemde boerderij (Groenekanseweg 103). Voor meer informatie over deze boerderij klik men HIER.
Anthonij Luden liet de buitenplaats zonder de boerderij met hofstede veilen in 1812. Koper was de rechter in Franse dienst Petrus van Musschenbroek. Hij nam het landgoed met zijn ‘maison seigneuriale’ over voor de verder gedaalde prijs van 15.750 gulden. Luden behield zelf de boerderij. En werd in 1827 eigenaar van Vollenhove
Na Musschenbroeks dood in 1823 ging de buitenplaats over naar zijn broer Samuel Cornelis, die deze al in 1824 voor 17.000 gulden verkocht aan de Arnhemse aannemer Anthony van de Heuvel, die de laatste bewoner zou blijken te zijn. De acte waarin de verkoop werd vastgelegd geeft ons een goed inzicht in de omvang van het huis: onder de vele benedenkamers waren er drie met stookplaatsen, er waren zes bovenkamers waaronder één met stookplaats, verder was er een kabinetje, een kamer voor de bedienden, een forse droogzolder, een ruime keuken met put en regenwaterpompen en ruime provisie- en bergkelders.
Het huis is in ieder geval voor 1832 gesloopt. Dat jaar is immers sprake van een forse partij sloopmateriaal, afkomstig van Bosch en Hoven. Op de vrijgekomen plek liet Van de Heuvel een nieuw herenhuis bouwen, dat hij voor 12.000 gulden verkocht aan zijn buurman, Abraham Calkoen van Voordaan. (Over Calkoen leest men meer door HIER te klikken.)
Na Calkoens dood liet een lid van de familie Grothe – de Grothes en de Calkoens waren aan elkaar verwant – de plaats van het huis het pand bouwen dat nu bekend staat als ‘het koetshuis van Voordaan.’ Klik voor dit koetshuis HIER.
AD
Bron: Cor Koorenneef, ‘Over de geschiedenis van de butenplaats Bosch en Hoven in Groenekan’. In: St. Maerten, nr. 29 (mei 1905) 4-19.