Afgebeeld is blad nr. 254 van de Monumenta van Aernout van Buchel (1565-1641) (te raadplegen via de site van het Utrechts Archief). Hier beschrijft  Van Buchel de geschiedenis van het St. Laurensklooster van De Bilt, dat zich bevond waar nu het huis Oostbroek staat. Hij gaat als kennelijke ooggetuige en tijdgenoot ook in op de sloop van het klooster.

 

Meer informatie.

Op dit blad leest men (hertaald):

Als kind heb ik dit klooster nog in zijn oude glorie gezien, en ook de kolen of wat daarvan over was, waarmee St. Laurentius gemarteld werd. Toen echter de oorlog met Spanje gaande was, werden – om te voorkomen dat de burgers van de stad iets zou overkomen – op 14 april 1580 met instemming naar men zegt van de abt van Oostbroek, de materialen van beide kloosters verkocht. En hoewel er nog altijd tot aan het jaar 1612 wat bouwvallen en onbruikbare resten over waren gebleven, zijn deze in de maand mei van hetzelfde jaar verkocht, zodat er behalve de poort en de toren en de landerijen in de stadsvrijheid of het platteland verder niets meer overgebleven is.

Aangezet door de sloop en vernielingen van gebouwen en kunstwerken in de tijd van Reformatie en beeldenstormen, begon Van Buchel wat hij tegenkwam aan bedreigde opschriften, grafzerken, wapenborden en andere opmerkelijke zaken, in tekst en tekeningen vast te leggen. Over Van Buchel ook elders op deze site: Aernout van Buchel over Vrouwenklooster.

AD

De complete tekst van de afbeelding vindt men in het volgende document: De originele tekst over de Laurensabdij in de Monumenta met hertaling

Litteratuur over het einde van het klooster in de zestiende eeuw: M.P. van Buijtenen en A.K. de Meijer, Herfsttij over Oostbroeks abdij (Zeist 1990).