Christiaan Willem Johan baron van Boetzelaer was in de stad Utrecht actief als lid van de gemeenteraad en in de provincie als lid van de Provinciale Staten van Utrecht. In De Bilt was hij een van de belangrijkste grootgrondbezitters. De afbeelding is afkomstig uit het Utrechts Archief.

 

Meer informatie

Christiaan Willem Jacob werd op 8 mei 1806 in Den Haag geboren als zoon van Coenraad Carel Vincent van Boetzelaer en Theodora Cornelia Elsabé van Voorst. Na zijn rechtenstudie vervulde hij bovengenoemde functies en was hij in het bijzonder betrokken bij het bestuur van de Nederlands Hervormde Kerk in Utrecht. Hij was voorzitter of bestuurslid van lagere scholen die door de Hervormde diaconie werden beheerd en van het ziekenhuis voor oude mannen en vrouwen en hij had veel aandacht voor de zending. Verder was hij rechter bij de arrondissementsrechtbank en kamerheer in buitengewonde dienst bij koning Willem II en Willem III.

Op 11 maart 1835 trouwde hij met Elisabeth Charlotta Petronella Both Hendriksen. Het echtepaar kreeg twee dochters en vier zonen. Het gezin woonde in de winter in Utrecht en in de zomer op het landgoed Sandwijck in De Bilt. Elisabeths grootvader Jan Both Hendriksen had het landgoed in 1807 gekocht en in 1853 na het overlijden van haar vader erfde zij het landgoed.

Het huwelijk had Christiaan Willem Jacob niet alleen de rijkdom van een vrouw en zes kinderen gebracht, ook zijn wereldse vermogen nam fors toe. In 1850 betaalde hij een grondbelasting van 910,00 gulden. In 1860 was het bedrag gestegen tot 4282,00 gulden en twee jaar voor zijn overlijden betaalde hij 5250,00 gulden. Een belasting op vermogen en inkomen bestond in die tijd niet. Hij overleed in 1872.

De kern van zijn grondbezit lag in De Bilt en Maartensdijk, maar hij had ook grond in het stroomgebied van de Kromme Rijn, bij Vleuten en Eemnes. Zijn weduwe liet bij haar overlijden op 11 april 1880 het landgoed Sandwijck na aan haar zoon Carel Theodoor. Godfried Hendrik Leonard kreeg het landgoed Koelenberg, Willem Carel kreeg het landgoed Eyckenstein. Hendrik Johan Herman kreeg in Utrecht het pand Boothstraat 6, dat aan Nicolaas Beets was verhuurd en het landgoed Oosterhout in de Betuwe.

PvH

Literatuur:

Hans Vos, ‘Twee honderd jaar burgermeesterschap in tijden van verandering’, De Biltse Grift, december 2013.

A. Pietersen en F Vogelenzang, Levensverhalen. Gids voor het biografisch onderzoek in de provincie Utrecht. Utrecht 2000. (Veel informatie over familie Both Hendriksen).

J.K.S. Moes, Onder aristocraten: over hegemonie, welstand en aanzien van adel, patriciaat en andere notabelen in Nederland, 1848-1914. Groningen 2012.

Jaap Röell, ‘Oververtegenwoordiging van (Utrechtse) adel in het ledenbestand van het Genootschap Kunstliefde, 1850-1916’, Jaarboek Oud-Utrecht, 2014 (zie ook https://www.oud-utrecht.nl/component/attachments/download/65)