Hierboven ziet men het voorblad van een in 1712 in Utrecht gedrukt werk met de vonnissen die werden uitgesproken tegen een bende dieven en helers die ook in Westbroek had toegeslagen. (Sententien van Moses Levi, Marcus Levi alias Mortje la Hayne, Sara Ysaks, toegenaamd Benticoos, Philip Symensz en Abtraham Samuelsz., geëxecuteerd binnen Utrecht den 8 October 1712. Tot Amsterdam gedrukt, met copye van Utregt, van Jacob van Poolsum,stadsdrukker, tegen over ’t stadhuys, 1712.)

 

Meer informatie

Op 8 oktober 1712 was voor het Utrechtse stadhuis een gruwelijk tafereel te zien. Een voor het merendeel Joodse, ‘internationale’ bende, bestaande uit beruchte ‘gauwdieven’ en hun helpers, ontving zijn straf voor tientallen inbraken en diefstallen die in de voorafgaande jaren waren gepleegd. Die vonden plaats niet alleen in Utrecht en omgeving maar ook  in een reeks plaatsen elders in de Republiek. De misdrijven waren, zo leest men, soms in samenwerking met andere ‘smousen’ gepleegd en ook wel gewapenderhand. Nu eens had men een protestantse of katholieke kerk of schuilkerk, dan weer een burgerwoning beroofd.

Als eerste werd de 36-jarige Moses Levi uit Krakau opgehangen voor het Utrechtse stadhuis, met een pistool boven zijn hoofd, anderen ten afschrik en exempel. Na hem kwam zijn broeder in het kwaad, de 35-jarige Marcus Levi, bijgenaamd Mortje la Haine, uit het Duitse Hanau, aan de beurt. Hij kreeg dezelfde straf. In het vonnis leest men, dat hij samen met Moses Levi betrokken was bij de beroving van de Westbroekse kerk. Hij had meegedeeld in de buit aan zilver en geld. Voor zijn aandeel had hij veertien gulden gekregen. De Amsterdamse Sara Ysaks, bijgenaamd Benticoos, had de misdadigers onderdak verleend in haar Maarsense woning en geholpen bij de heling van de gestolen goederen. Zij werd onder de galg gegeseld en gebrandmerkt en kreeg tien jaar dwangarbeid opgelegd, gevolgd door levenslange verbanning uit het Sticht Utrecht. Diezelfde straf kregen de uit Praag afkomstige Abraham Samuels en de enige niet-jood in het gezelschap, Philip Symenszoon uit Nijkerk.

De laatste was betrokken geweest bij de heling van het uit de Westbroekse kerk geroofde goed. We lezen over hem in het vonnis: dat hij, gevangene […] in de voorszeide kerke van Westbroek een partye  quade duyten [valse munten of munt geld dat door ‘knippen’ minder waard was geworden] opgewisseld [omgewisseld] had, en als doen gezien hebbende, dat aldaar eenig geld en zilver in de kerke-kiste lag, ’t zelve aan den voornoemden Abram Samuel heeft verhaalt, en occasie [gelegenheid] gegeven, dat voornoemde Martje la Hayne, en zyn complicen [medeplichtigen] daar aan kennisse gekregen, en in zyn prezentie over den aanslag daar op [over] gesproken hebben, en van welke diefstal hy ook eenig geld genoten heeft, en derhalven ook zeer suspect [aannemelijk] is dat hy gevangene zelfs den aanslag daarop met de voorszeide gauwdieven mede beraamt heeft.

AD

Over de kerk van Westbroek: klik HIER