In de wijk Vogelzang in Bilthoven werd in 1931 een drievoudige moord gepleegd. De misdaad bracht heel veel beroering, niet alleen bij de achtergebleven echtgenoot en de buren. De kranten in Nederland en in Nederlands Indië stonden bol met nieuws over deze afschuwelijke daad. De plaats delict was een witte villa aan de Koppellaan 3 die bewoond werd door een Indische familie met hun huisbediende. De heer des huizes, Soeparwi, studeerde diergeneeskunde aan de universiteit van Utrecht. Op 30 januari 1931 toen hij om drie uur ‘s middags thuis kwam, trof hij zijn vrouw en zijn twee zoontjes dood aan. De huisbediende, die geprobeerd had zelfmoord te plegen, bekende later de moord. Het motief zou wraak geweest zijn maar het hoe en waarom werd nooit helemaal duidelijk. De dader werd in hoger beroep tot 10 jaar cel veroordeeld. De heer Soeparwi keerde later dat jaar naar Nederlands Indië terug met medeneming van de stoffelijke resten van zijn familie.  Afbeelding: De begrafenis van mevrouw Soeparwi en haar kinderen. (De Maasbode)

 

Meer informatie

De familie Soeparwi, vader, moeder, twee zoontjes en huisbediende Sono, waren in 1928 vanuit Pati in Nederlands Indië naar Nederland gekomen. De heer Soeparwi was gouvernementsambtenaar, adjunct Indisch dierenarts. Hij werd uit een groep van veertig personen gekozen om met regeringssteun in Nederland verder te studeren voor dierenarts, iets wat hij graag wilde. De dag voor de moord had de heer Soeparwi zijn doctoraal examen met goed gevolg afgelegd. Niets wees erop dat 30 januari een donkere dag in de familiegeschiedenis zou worden. Wat er op 30 januari precies gebeurd is, zal altijd een vraagteken blijven. Wat is er bekend?

Meneer Soeparwi verliet ’s morgens om acht uur het huis om naar de diergeneeskundige faculteit in Utrecht te gaan. Toen hij om drie uur thuis kwam, rook hij een sterke gaslucht en vond hij de voordeur niet alleen op slot maar ook op de knip. Na het openbreken van de achterdeur trof hij de huisbediende bewusteloos en onder het bloed in de keuken aan met naast zich een gasslang waaruit het gas vrij stroomde. Hij zette de gaskraan uit en ging direct op zoek naar zijn vrouw.

Boven gekomen zag hij overal bloed. Toen hij de slaapkamer wilde binnengaan, bleek dat ook hier de deur op slot was. Hij ging weer naar beneden en vroeg de buurman om hulp. Deze kon de deur ook niet open krijgen en nu belde men een smid, die vervolgens de deur intrapte. Toen ontrolde het drama zich in alle hevigheid voor hun ogen. Half onder het bed lag mevrouw Soeminah Soeparwi in een plas bloed en vlakbij haar lagen de lijkjes van de twee zoontjes Soebagio en Soebroto.

De politie en het Ministerie voor Koloniën werden direct gebeld en ook een arts voor de huisbediende die nog leek te leven. Dr. van Dam was snel ter plaatse met zijn zuurstofapparaat en behandelde de huisbediende voor hij per auto werd vervoerd naar de Rijkskliniek van Professor Bouwman in Utrecht. Uit getuigenverhoren bleek later dat ’s morgens tussen tien en elf uur verschillende leveranciers zoals de boterhandelaar en de visboer aan de deur waren geweest, maar dat op hun bellen niet was open gedaan. De overbuurvrouw had de leveranciers gezien en ook gemerkt dat er niet werd opengedaan, maar zij had er geen aandacht aan besteed.

De verdachte Sono, die de moorden bekende, zei dat hij zich er niet veel meer van kon herinneren. Hij vertelde dat hij ’s morgens mevrouw gevraagd had Nederlands met hem te spreken en dat zij in het Javaans had gezegd dat zij dat niet wilde. Het beheersen van het Nederlands was belangrijk voor hem omdat hij daarmee in Indië een betere baan kon krijgen. Daarop zou hij boos geworden zijn en tijdens het stoffen beneden zijn plan om wraak te nemen, hebben gemaakt. Hij ging daarop naar boven en stak op mevrouw in. Het moet volgens de patholoog anatoom Professor Baart de la Faille nog een behoorlijke vechtpartij geweest zijn, gezien de verwondingen van de slachtoffers.

Het vreemde was dat Sono volgens getuigen altijd heel positief sprak over de familie. Ook meneer Soeparwi verklaarde dat Sono een goede jongen was. Hij was wellicht de laatste dagen wat stil geweest, maar men had niets bijzonders aan hem gemerkt, wat bevestigd werd door een vriend van Sono. Psychoanalist de heer Scholten die meermaals met Sono in zijn cel sprak, meende dat Sono toerekeningsvatbaar was maar wel in mindere mate door de geprikkelde toestand waarin hij verkeerde als gevolg waarvan hij niet meer precies wist wat hij deed. Het was een situatie van mataglap. Volgens Scholten was Sono een typische inlander, licht ontvlambaar, spoedig driftig.

Sono zelf zei dat de uitbraak van de Merapi, drie dagen tevoren, waarover hij net gehoord had, hem buiten zinnen had gebracht en dat hij naar zijn familie wilde terugkeren. Hij was in de war, maakte fouten en kreeg standjes, Echter volgens meneer had het niet veel om het lijf net als het verhaal dat mevrouw Sono geen Nederlandse les wilde geven. Overigens sprak en schreef Sono redelijk Nederlands volgens de rechtbank. De rechtbank veroordeelde Sono tot twaalf jaar; in hoger beroep werd het vonnis teruggebracht tot tien jaar.

De heer Soeparwi studeerde af en keerde per boot naar Indië terug. De stoffelijke resten van zijn vrouw en zonen nam hij mee terug. Voor het zover was werden de drie op Oosterse wijze onder grote belangstelling begraven op de gemeentelijke begraafplaats aan de Eerste Brandenburgerweg.

EvdV

 

Literatuur:

Delpher; Nieuwsblad van het Noorden 08-04-1931.

Delpher; Bataviaasch Nieuwsblad 02-05-1931.

S. Hamstra en A. Barendsen, Drievoudige moord te Bilthoven, in: De Biltse Grift dec. 2007.

Bovenkant formulier