Op de foto zien we een groep soldaten tijdens de mobilisatie van 1939.  Het bijschrift, dat hier niet is afgedrukt, maakt duidelijk dat het om De Bilt gaat. Hans de Groot schreef dat de Theresia van Lisieuxschool werd gevorderd door het Nederlandse leger als tijdelijke kazerne: In plaats van kinderen lopen er nu soldaten het schoolgebouw in en uit. Heel raar. 

 

Meer informatie

Toen in 1938 de spanning over de Duitse eisen aan Tsjechoslowakije toenam, overwoog de Nederlandse regering om een deel van de mobilisatie te laten ingaan. In september werden soldaten in opleiding verlengd onder de wapenen gehouden, net als degenen die opkwamen voor herhalingsoefeningen. Tijdens deze voormobilisatie waren tot 70.000 manschappen paraat. Na de conferentie van München maakte Neville Chamberlain op 30 september 1938 bekend dat er geen oorlog zou komen: I have returned from Germany with peace for our time. De voormobilisatie werd ongedaan gemaakt.

Een jaar later, bij het Duits-Russische vredesverdrag  van 22 augustus 1939, was de dreiging weer toegenomen. Hoewel premier De Geer het niet nodig vond, stelde de regering opnieuw de voormobilisatie in. Drie dagen later, op 29 augustus, ging de echte mobilisatie van start, waarbij nu 144.000 man extra werd opgeroepen. Daarvoor waren 500 treinen nodig plus 60 goederentreinen voor de gevorderde paarden.

De mobilisatie was opmerkelijk goed georganiseerd. Van de opgeroepen dienstplichtigen kwam maar een zeer klein deel niet opdagen vanwege ziekte of verblijf in het buitenland. Eén locomotief ontspoorde en één paard ontsnapte, maar het meldde zich later weer. Uiteindelijk waren er 250.000 Nederlanders onder de wapenen.

De troepen in De Bilt dienden voor de verdediging van de Grebbelinie. De Werken bij Griftenstein werden versterkt. In Bilthoven werd het commando van het Vierde Legerkorps gevestigd in de villa Sursum Corda aan de Rembrandtlaan. Voor de ongeveer 1500 man  die hier gelegerd werden, vorderde men behalve de Theresiaschool ook de Van Dijckschool, de Julianaschool, de Van Everdingenschool en de Groen van Prinstererschool.

Hans de Groot vertelde nog: Op de hei, een erg luxe benaming voor een zanderig veldje op de plek waar nu de Schutsmantel staat, staan vrachtauto’s van de soldaten geparkeerd. Ik moet op de een of andere manier op de treeplank van zo’n auto geklommen zijn. Het enige dat ik mij heel scherp kan herinneren, dat is dat het portier is dichtgevallen met mijn pink ertussen. Ik moet gebruld hebben. Het volgende herinneringsbeeld is, dat ik achterop de fiets van moeder naar dokter Brouwer op de Soestdijkseweg ben gereden. Hij legde twee plankjes tegen mijn pink en deed er een strak verband omheen. Voor de troost kreeg ik een stukje witte chocolade. Dat had ik nog nooit geproefd. Er was ook een soldaat waar ik vreselijk bang voor was. Als ik hem alleen al zag maakte ik benen. Waarom ik zo bang was, dat kan ik mij totaal niet herinneren.

DAB

U bevindt zich op de rondleiding over de Tweede Wereldoorlog.
Voor het vervolg klik HIER.

Literatuur:

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 1 p. 616-620, 709-712, 715-721.

J.C. Brugman, Bezet en verzet, De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd, Bilthoven 1993 p. 9-10.

H. de Groot, Een knulletje in oorlogstijd, in: De Biltse Grift juni 2010.