In 1535 werd de rentmeester van Vrouwenklooster in een steekpartij gedood. De dader werd door het gerechtshof niet bestraft. Henrica van Erp, de bekende abdis van het klooster, stond erbij toen hij werd neergestoken, maar ze verzweeg de gebeurtenissen in haar kroniek. Afbeelding: een vechtpartij (Monogrammist 17e eeuw Rijksmuseum) Onderaan: De fundamenten van Vrouwenklooster, gevonden tijdens opgravingen in het Kloosterpark in de jaren ‘zestig. (Foto J.W.H. Meijer RHC Vecht en Venen)

 

Meer informatie

Op een avond in september 1535 zaten een paar knechten bij elkaar in het ‘backhuys’, de bakkerij van het convent. Ze hadden bier en ze zetten de bloemetjes flink buiten. De rentmeester Adam Tempelaer, die een heel toepasselijke nam had, kwam langs en zei dat het hier wel een kermis leek. Hij had zelf al wat op. Allert Verster nodigde hem uit om mee te komen drinken, maar hij maakte een paar zure opmerkingen: ‘Jullie zitten hier met je hoeren en snoeren’ (overspelige vrouwen). Toen liep hij weg.

De mannen dachten dat de rentmeester, toch een man met gezag, daar wel eens over kon gaan klagen bij de abdis. Pouwels Gerritsz die Cruyff, ook een inwonende knecht, zei  dat hij aardig met de rentmeester kon opschieten en dat hij het weer goed zou maken. Hij nam wat bier mee en hij liep naar de rekenkamer, waar Tempelaer zat te eten. Een dienstmeisje kondigde hem aan. De rentmeester was nog boos en Pouwels probeerde de kwestie met een grapje op te lossen: ‘Wat deed je in het bakhuis? Dacht je dat er hoeren
waren?’

Toen pakte Tempelaer zonder iets te zeggen met zijn ene hand een mes en met zijn andere een stoel, waarmee hij Pouwels op zijn hoofd sloeg. De knecht riep: “Gods wonden, waarom sla je me op mijn hoofd?” en trok ook zijn mes om zich te verdedigen. In die tijd droegen veel mensen een aan hun gordel een mes om het brood mee te snijden.  Het meisje Aeltgen probeerde hem tegen te houden.

Intussen was ‘mijn vrouwe van Vrouwecloister’ op het rumoer afgekomen. De abdis van het convent was van 1503 tot 1548 Henrica van Erp, die in haar bekende kroniek de belangrijkste gebeurtenissen in het klooster en in de buitenwereld heeft beschreven. In De Bilt is een straat naar haar genoemd. De rentmeester sloeg Pouwels opnieuw op zijn hoofd, zodat de stoel brak en tussen Henrica en Aeltgen in stukken op de grond viel.  Toen stak Tempelaer de knecht in zijn been.

Pouwels zag het bloed vloeien en hij werd kwaad. Hij strak de rentmeester achter in zijn schouder ‘of iets lager’. Tempelaer viel op de grond voor de voeten van de abdis. Later overleed hij aan zijn verwonding.

Het valt op dat Henrica van Erp over deze gebeurtenissen niets in haar kroniek  heeft geschreven. Zij noemt de rentmeester niet eens. Bij 1535 staat geen notitie, bij 1536 gaat het vooral over de intrede van nieuwe zusters en over een verbouwing. Men zou verwachten dat haar getuigenis wel door de rechtbank was gebruikt.

Hevig ontdaan rende Pouwels weg. Hij vluchtte over de grenzen van het Nedersticht, of zoals het vonnis het noemt ‘in vremde landen’. Daar kende hij geen mensen en kon hij zich nauwelijks in leven houden. In alle ellende besloot hij om genade en vergiffenis te vragen. Het hof vergaf hem zijn daad en gaf hem kwijtschelding van alle straffen en boeten.  Dat werd op Goede Vrijdag 1536 vastgesteld. Het vonnis werd op 11 maart 1538 bevestigd. Pouwels moest wel de proceskosten betalen.

DAB

 

Literatuur:

Het Utrechts  Archief 239-1 Inventaris nr. 99-13 Register van criminele sententies van het Hof van Utrecht vonnis nr. 170 fol 323 ro. – 326 vo.

A. Hajenius, Ruzie in het Vrouwenklooster, De dood van rentmeester Adam Tempelaer, in: De Biltse Grift december 1997.

Henrica van Erp, Kroniek van Vrouwenklooster in De Bilt, ed. A. Doedens en H. Looijesteijn.

J. van der Heiden, De kroniek van Henrica van Erp, in: De Biltse Grift nov. 1992.