Op 14 december 1312 stelde bisschop Guy van Avensnes een zoenovereenkomst vast naar aanleiding van de doodslag op Willaem Sprong, die eerder in Oostbroek had plaatsgevonden. Deze zoen was bedoeld om verder geweld te voorkomen. Bestraffing was namelijk in eerste instantie een zaak van de familie. Afgebeeld is het graf van bisschop Guy in de Domkerk in Utrecht. (Foto publiek domein) De zoenovereenkomsten die hij oplegde, zijn vastgelegd in het Registrum Guidonis.

 

Meer informatie

In de middeleeuwen kon de staat nog niet goed voor de veiligheid van de burgers zorgen; dat was een taak van de maagschap of familie. Als iemand was gewond of gedood, had de familie het recht om wraak te nemen op de dader of op een familielid van de dader. Geweld was daarom niet verboden; het was een morele plicht. Dat kon echter leiden tot nieuw geweld en nieuwe wraakneming, zodat er langdurige vetes uitbraken die groot gevaar opleverden voor de andere burgers. In de middeleeuwen was er heel veel geweld. De kans om door geweld te overlijden was per jaar 64 op de 100.000, terwijl het nu ongeveer 1 op de 100.000 is.

Daarom legde de overheid zo snel mogelijk een vrede op: gedurende een welomschreven termijn mochten de families geen wraak nemen. Intussen werd er onderhandeld over de verzoening tussen de twee partijen. Een zoen bevatte meestal een of meer bedragen aan schadevergoeding. De families moesten ‘oorvede doen’, dat wil zeggen beloven geen wraak te nemen. Verwanten van de daders moesten meebetalen aan het zoengeld tot en met de achterneven of ‘aftersusterskinderen’, ook als ze onschuldig waren. Familieleden kregen ook een aandeel in het uitgekeerde geld.

Daarnaast legde men levenslange verbanning op als het slachtoffer een burger was. Op het doden van een vreemdeling stond een hoge boete. Voor moord legde men de doodstraf op.

Bij de dood van Willaem Sprong betaalde de familie van de daders 300 pond, waarvan 100 pond werd afgedragen aan de bisschop. Het geld werd verdeeld door de schout en twee burgemeesters Pieter van den Velde en Gerit van Damast. Verder moest de familie van de dader vergiffenis vragen en missen laten opdragen voor de dode. Beide partijen moesten beloven geen wraak te nemen.

DAB

 

Literatuur:

P.W.A. Immink en A.J. Maris (ed.), Registrum Guidonis, Het zogenaamde register van Guy van Avesnes Vorst-Bisschop van Utrecht 1301-1317 Met aansluitende stukken tot 1320, Utrecht 1969.

D.A. Berents, Misdaad in de middeleeuwen, een onderzoek naar de criminaliteit in het laatmiddeleeuwse Utrecht, diss. 1976, Stichtse Historische Reeks 2, Utrecht 1976.