De joodse Eduard Veterman was toneelschrijver en regisseur in Den Haag, later Amsterdam waar hij kort aan De Hollandse Schouwburg verbonden was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder, ging in het verzet en vervalste persoonsbewijzen. Hij belandde in een concentratiekamp. Na 1945 leverde hij felle kritiek op de situatie in Nederland. Hij kwam om bij een auto-ongeluk. ‘Een  liquidatie’, werd gefluisterd.  Zijn boek in wording is nooit teruggevonden.  Veterman woonde in Bilthoven en werd begraven op Den en Rust. Afbeelding: de grafsteen van Eduard Veterman op Den en Rust (Foto Cora Schut)

 

Meer informatie

De joodse kunstenaar Eduard Veterman (1901-1946) was veelzijdig. Opgeleid aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag ontwikkelde hij zich tot toneelschrijver en regisseur. Van 1935 tot 1939 woonde hij in Zuid-Frankrijk. Daarna werkte hij tot de oorlog in de Joodse Schouwburg te Amsterdam.

Tijdens de oorlog moest hij onderduiken. Onder de naam Eduard Necker Veterman sloot hij zich aan bij het de Amsterdamse verzetsgroep Luctor et Emergo en werd een meestervervalser van persoonsbewijzen. Nadat hij door verraad was opgepakt, belandde hij in een concentratiekamp in Duitsland, waar hij hecht bevriend raakte  met de Bilthovense huisarts en verzetsstrijder en later noodgemeenteraadslid Brouwer.

Na zijn bevrijding kreeg hij van prins Bernhard persoonlijk de opdracht de geschiedenis van de Binnenlandse Strijdkrachten te schrijven. Toen bekend werd, hoe kritisch het boek dreigde te worden, trok de minister van defensie de opdracht in. Veterman weigerde ondanks waarschuwingen te zwijgen en werkte verder aan het boek, dat Balans der Misère zou gaan heten.

Kort voor zijn dood  uitte hij zich nog over ‘een vrij gore campagne’ die tegen hem gevoerd werd. Twee dagen later, op 28 juni 1946 kwam hij met zijn vrouw door een auto-ongeluk om het leven. Toen hij bij Laren de weg Amsterdam-Amersfoort opdraaide, werd zijn auto geraakt door een militaire tweetonner van de Aan- en Afvoertroepen. Zijn lichaam lag opgebaard in de Aula van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Hij is samen met zijn vrouw begraven op Den en Rust.

Onmiddellijk rees de verdenking dat het hier om een bewuste liquidatie zou gaan. Dat was niet geheel ongebruikelijk in de naoorlogse jaren. Een serieus onderzoek heeft echter nooit plaatsgevonden. Van het manuscript in wording is nooit een letter teruggevonden.

BS

 

Litareatuur:

Eduard Veterman, Keizersgracht 763, 1945.

J.W. Regenhardt, Het gemaskerde leven van Eduard Veterman, 1990.

D. van den Heuvel, Veterman, een liquidatie, 2003